Mijn poot is een mietje

Mijn buurvrouw staat pal tegenover mij. Ze houdt haar gebalde vuisten omhoog, vlak langs haar gezicht. Ik haal uit en sla haar. Eerst met mijn linkervuist, daarna met rechts. Ze weert goed af en snel als een slang slaat ze toe. Ik krijg een tik tegen mijn voorhoofd. Shit. Ik houd mijn vuisten niet hoog genoeg. Mijn dekking is weg. Ze lacht me uit. Haar tanden zitten verstopt achter een plastic bitje. Zo’n ding moet ik ook hebben.

‘First rule of Fight Club is: you do not talk about Fight Club.’

Zwanenmeer
‘Kickboksen?’ zegt mijn collega verbaasd.
‘Ja. Mijn buren doen het allebei. Ze vroegen of ik een keer mee wilde trainen.’
Hij lijkt niet te horen wat ik zeg. Hij kijkt me al glazig aan vanaf het moment waarop ik zei dat ik erover denk om te gaan kickboksen. Niet dat zijn manier van reageren zo bijzonder is. Ik ben iemand die total geen gevaar uitstraalt. Werner die met bokshandschoenen om zich heen mept is voor mensen die mij kennen een beeld dat valt te vergelijken met Terror Jaap op spitzen die in een opvoering van het Zwanenmeer meedoet.

Stijlbreuk
‘Kom gewoon een keertje meedoen,’ zei de buurvrouw een tijd geleden. Ze had blijkbaar zin om me in elkaar te meppen. Dus ging ik. Zelf vond ik het ook wel een grappige stijlbreuk voor mezelf. Ik kan er dan ook begrip voor opbrengen als er grappen van collega’s komen, maar ze komen niet. Het wordt steeds voller rondom mijn bureau. Er worden vragen gesteld. Waar ik sport? Hoe het eraan toe gaat? ‘Je wordt flink aangepakt,’ vertel ik. ‘Maar niemand komt om zijn agressie op een ander te botvieren. Het gaat echt om de opbouw van conditie.’

Slechte timing
Na twee keer meedoen heb ik besloten dat ik lid wil worden. Ik heb een handtekening onder een inschrijfformulier gezet. Er liggen scheenbeschermers in huis en binnenkort geef ik mezelf bokshandschoenen cadeau. Tijdens mijn eerste les als ingeschreven lid, gaan we sparren. We draaien rondjes om elkaar heen, zoeken een opening en plaatsen stootjes op het lijf. Na een paar minuten mogen we daar ook low-kicks bij gaan geven. Ik haal uit maar heb slechte timing. Mijn voet beukt snoeihard tegen een knie. Het doet pijn, maar dat loop ik er wel uit… denk ik.

Geblesseerd
‘Morgen voel je al die spieren pas echt goed,’ zegt iemand wanneer de les is afgelopen. Maar als ik de volgende dag opsta voel ik geen pijn in mijn armen en spieren. Dat komt omdat mijn voet ongenadig veel pijn doet. Ik kan er niet op lopen. ‘Gekneusd,’ oordeelt mijn huisarts. Als ik mijn collega’s mail dat ik mijn voet heb geblesseerd en vanuit huis werk, ontvang ik al snel berichtjes: ‘Je hebt het niet ver geschopt hè.’ Ja, heel leuk. ‘Je kunt beter gaan dammen, dan mag je slaan zonder dat je jezelf erbij bezeert.’

Ja, ze durven wel, nu ik thuis zit.

‘First rule of Fight Club is: you do not talk about Fight Club.’

Ik had inderdaad gewoon mijn muil moeten houden.

CC foto: Michele M. F.