Mijn ware aard

Van de buitenkant zie ik eruit als een degelijke burgertrut. Haartjes in de plooi, kop strak in de make-up, jasjes, jurkjes en hoge hakken. Slechts enkele kleine details verraden mijn ware aard. Ik ben een ongetemd ruig zwijn en een onbeteugelde, banale en ongelikte barbaar. Lomp, wild en onbeholpen.

Wat je aan de buitenkant niet ziet
In mijn werk op de broodafdeling ben ik erg secuur. Alles moet strak en zorgvuldig. Ik kan gerust een half uur bezig zijn om zes pakjes gevulde koeken exact synchroon op te stellen. Om door een ringetje te halen. Wat je vanaf die smetteloze kant van de toonbank niet ziet, is dat er zich aan de andere kant een volledige survivalbaan aan kratten, dozen, karren, karton en plastic bevindt. Tel daar een vloer vol broodkruimels en gloeiend hete bakplaten bij op en je ziet waar het naartoe gaat.

Motorische zelfmoord
Ik ben een heer in het verkeer. Ik houd me keurig aan de maximaal toegestane snelheden en ik geef voorrang waar dat van toepassing is. Wat je niet ziet is dat ik ondertussen bijna mijn auto in de fik steek met een op de achterbank gewaaide, nog brandende, sigarettenpeuk. Het dashboardkastje staat op springen. Ik heb al jaren niet gekeken wat er zich achter het klepje begeeft, want ik krijg ongetwijfeld bij het openen de klep voor mijn kop. Ieder jaar kon de zooi hier en daar nog weer een beetje aan elkaar worden gelast, maar de motorische zelfmoord van afgelopen week kon niet uitblijven.

Ik zuip liever bier
Omdat ik graag serieus wil worden genomen, heb ik mezelf getraind in etiquette. Een keurige vrouw staat rustig in een hoekje een wijntje te verorberen, eet met mes en vork, is beleefd, rookt slechts bij speciale gelegenheden een vanille-sigaartje en heeft haar zaakjes op orde. Ik zuip liever bier, met een peuk, terwijl ik ongepaste vragen stel aan wildvreemden.
‘Geloof je in karma?’
‘Jij moet mij niet zo, hè?’
‘Vind je dat zelf een goeie grap?’

Schone schijn
Het liefst zou ik eten met mijn klauwen, om vervolgens alles van mij af te gooien, te wachten of het uit zichzelf verdwijnt en het gerust twee dagen laten liggen. Maar zo werkt het niet, dat weet ik wel. Dus bestel ik een droge witte wijn, sta ik keurig in een hoekje beleefdheden uit te wisselen, terwijl ik wacht op een gepast moment waarop ik stiekem buiten een sigaretje op kan steken. Als ik in een goede bui ben zoek ik zelfs een asbak, in plaats van mijn peuk achteloos over de schutting te schieten.

Mijn ware aard
Afgelopen week stond ik vakken te vullen. Ik was vriendelijk tegen klanten, vulde keurig op datum, en ruimde mijn karton achter mijn reet op. Vervolgens beukte ik mijn kar door de klapdeuren, flikkerde de restanten op een andere kar, scheurde naar de achterdeur, schopte de kar uit elkaar en smeet de onderdelen van mijn lege kar op een andere lege kar. Ik had nog één zijkant en een heel klein stukje ruimte. Ik hief de zijkant in de lucht en met al mijn kracht en grof geweld gooide ik de zijkant van me af. Vol op mijn teen.

Het kon nog net, zo op de valreep voor het nieuwe jaar. ‘Dag dokter, daar ben ik weer. Nee, dat ziet er inderdaad niet best uit.’ Dat wordt dus geen jurkje met hoge hakken voor mij, tijdens het kerstdiner.

Zoals ik al zei, het zijn de kleine dingen die mijn ware aard verraden.

© Beeld: privébezit
Lees hier meer blogs van Mayke