Dertig jaar en anorexia: ‘Dat is toch iets voor jonge meiden? Zonder zelfvertrouwen, in de puberteit?’

milou verbeke

Op je dertigste heeft iedereen zijn leven op de rit, toch? Dat is wat Milou uit Amsterdam lange tijd dacht. Totdat ze keihard werd geconfronteerd met haar eigen situatie: dertig jaar en anorexia. Milou zal je de komende tijd meenemen in de wondere wereld van ‘volwassen’ zijn, en hoe een ziekte als anorexia daar (niet) in past.

‘Je zult misschien denken, wat heeft die leeftijd er nou mee te maken? Eigenlijk niets nee.

Maar toch ook weer wel. Want leeftijd, dat was voor mij de afgelopen anderhalf jaar best een ding. Anorexia is toch iets voor jonge meiden en jongens? Zonder zelfvertrouwen, in de puberteit? En niet iets voor vrouwen van dertig die hun leven op de rit horen te hebben?

Ik vind het niet niks dit allemaal op papier te zetten. En na veel schrappen, twijfelen en opnieuw beginnen besloot ik toch de knoop door te hakken en mijn verhaal te delen en het ein-de-lijk door te sturen naar een vriendin. Want nog belangrijker vind ik het, dat deze verhalen verteld worden. Nog steeds, anno 2019, is anorexia een ziekte waar veel meisjes, jongens, mannen en vrouwen zich voor schamen. Het is een lastige ziekte om te begrijpen – wat ook helemaal niet zo gek is – maar waardoor het onderwerp nóg vaker wordt vermeden. Vijftien jaar lang heb ik ook zelf met een grote boog om anorexia heen gelopen. Ik had misschien last van andere dingen, maar anorexia was daar zeker niet één van. Anderhalf jaar geleden ben ik eindelijk in behandeling tegen de ziekte gegaan en dat maakt dat ik er nu pas eens iets over op papier kan krijgen. En ik hoop dat door mijn verhaal te vertellen, andere mensen ook de moed vinden om hun verhaal te delen.

Maar laat ik beginnen bij het begin.

Op mijn dertiende kwam ik voor het eerst in aanraking met anorexia. Ik vond dat de meisjes uit mijn klas er veel beter uitzagen dan ik en keek altijd en overal in de spiegel. Zat dat ene plukje haar nog wel goed en leek ik niet veel dikker in deze broek? Ook mijn intensieve klassieke balletlessen hielpen niet mee aan mijn zelfbeeld. Want altijd voor de spiegel, in strakke danspakjes en hoe slanker, hoe beter. Ik begon minder te eten en had moeite met het doorslikken van eten. Na een doktersbezoek bleek dat er niets aan de hand was; ik had het mezelf aangepraat. Maar daarmee was eigenlijk ook direct het hek van de dam. Een depressie volgde en jaren van therapie. De focus lag toen meer bij het verhelpen van mijn depressie en daardoor werd de anorexia grotendeels met rust gelaten. Ik kon een tijd niet naar school en bleef zitten. Gelukkig wilde ik beter worden en vocht ik mijn weg terug; de depressie was weg en over anorexia werd niet meer gesproken.

‘Ik studeerde, woonde in Amsterdam en wilde genieten van het leven’

Maar, daar ga je: je kunt nog zoveel het onderwerp proberen te vermijden, anorexia blijft. Als een duiveltje dat bij de kleinste stress om de hoek komt kijken. Zo had ik rond mijn 22e erg veel last van paniekaanvallen, de eerste keer had mijn huisgenootje bijna 112 gebeld omdat we dachten dat het een hartaanval was. Van de stress viel ik weer af, maar daar besteedde ik niet zoveel aandacht aan. Medicatie was deze keer de oplossing tegen de paniekaanvallen; ik studeerde, woonde in Amsterdam en wilde genieten van het leven. En ik had al helemaal geen tijd voor negatieve zaken of gesprekken met psychologen.

Achteraf gezien bleken die medicijnen een perfecte kortetermijnoplossing, maar op de lange termijn was het natuurlijk niet echt een schot in de roos. Drie-en-een-half jaar geleden overleed mijn opa onverwachts. Ik had een hele sterke band met hem en die klap kwam hard aan. Na zijn overlijden kon ik van de stress niet goed eten en ik viel steeds wat meer af. Een klein jaar later kreeg ik een zakelijke – en daarmee direct ook financiële – tegenvaller en bouwde de stress nog meer op. Gelukkig gebeurde er ook in die tijd iets heel fijns (voordat je
denkt, hallo hé, dit verhaal is één grote bak aan kommer en kwel): ik ontmoette de liefde van mijn leven. Maar door de neerwaartse spiraal waar ik inmiddels in was beland, wist ik zeker: hoe dunner ik ben, hoe mooier hij me vindt. Ik bleef afvallen en had het zelf ‘niet echt door’; ik vond het mooi en ik kreeg er wel eens een opmerking over, maar die wimpelde ik gemakkelijk weer af. Ondertussen leefde ik op 2 boterhammen en een paar happen avondeten per dag. Rocycle was het helemaal; met zo’n les verbrande ik vaak wel tot ongeveer 600 calorieën. Je denkt nu vast, goh meid – ik hoor die klokkenluider van 1.000 kilometer ver. Maar ik bleef stug volhouden ‘dat ik altijd al zo dun was geweest’.

‘Ik ga op mijn 30e écht niet naar een kliniek, wat denk jezelf’

Tot anderhalf jaar geleden, toen één van mijn beste vriendinnetjes aanklopte bij mijn vriend. Ze maakte zich beiden erg veel zorgen en vonden dat er nu toch echt iets mee gedaan moest worden. Na weken van ontkenning (ik weet toch zeker zelf wel of ik anorexia heb? Ik ben bijna 30!) ging het over in puberale koppigheid (ik ga op mijn 30e écht niet naar een kliniek, wat denk jezelf) om uiteindelijk tóch een eerste keer naar de huisarts te gaan. Praten met een psycholoog, daar wilde ik echt nog niet aan. En dus ging de huisarts akkoord met eerst
een gesprek bij een diëtiste. Ze vroeg of ik wist hoeveel ik woog. Ik had geen idee, we hadden thuis geen weegschaal want met die dingen kon ik niet zo goed omgaan (joh). Toen ik bij haar op de weegschaal stond bleek ik 47,1 kilo te wegen. Mijn lengte is 1,67 meter en dat maakt een BMI van 16,9 (een gezond BMI moet tussen de 20 en 25 liggen). Ik schrok enorm van het lage gewicht en daarmee viel dan ook eindelijk het kwartje: Ik was bijna 30 en had een eetprobleem.

En niet alleen nu, ik droeg het al vijftien jaar met me mee. Er gingen nog eens twee maanden overheen voordat ik de stap naar een psycholoog durfde te zetten. Gedurende die weken was ik onder goede, strenge begeleiding van mijn diëtiste. Sporten mocht niet meer; ik was onbewust al tijden mijn spieren aan het afbreken. Maar op dat moment was ik zó kwetsbaar. Ik durfde niet eens te bellen met de vraag of iemand me wilde helpen. Mijn vriend was uiteindelijk degene die de psycholoog regelde, en de eerste keer gingen we samen naar haar toe. Ze bleek een heel fijne vrouw van net 35 jaar. Ze had jarenlang in een anorexiakliniek gewerkt en samen maakte we een eerste stappenplan.

Inmiddels zijn die eerste stappen omgezet naar dagelijkse handvatten en heb ik inzichten gekregen waarvan zelfs ik soms niet begrijp dat ik daar zo lang over heb moeten doen. En nog steeds zijn er dagen dat het allemaal even lastiger is, maar gelukkig hebben die allang niet meer de overhand. Over een paar dagen word ik 31 en ben ik inmiddels al een tijdje op mijn streefgewicht. De afgelopen anderhalf jaar was een rollercoaster van stomme en verdrietige, maar ook leuke en grappige momenten, die ik de komende tijd graag met je deel!’

Wordt vervolgd…

Over Milou

Milou Verbeke woont in Amsterdam met vriend Willem en hond Jip. Na acht jaar ondernemen en verschillende bedrijven te hebben opgestart, waaronder een creatief communicatiebureau en een print magazine, is ze nu werkzaam als PR coördinator bij een uitgeverij. Vragen? Stel ze! hello@milouverbeke.com.