Moeder Natuur

Daar waar de zon schijnt en men in de buitenlucht geniet van flora en fauna, kan ik maar beter binnen blijven.

Groene vingers
Een leven zonder natuur is geen leven. Ik ben iemand die oprecht kan genieten van groene bomen, fladderende vlinders en kwispelende puppy’s. Iemand die het leven op een gigantische boerderij boven het leven in een luxe penthouse zou verkiezen. Volgens mezelf ben ik de Cadillac onder de natuurfreaks. Maar in werkelijkheid uit het zich toch allemaal net even iets anders. Ik ga voor groen, maar op de één of andere manier eindigen mijn pogingen tot vergroening altijd in een plantenmortuarium.

… en de moord op Carlo Cactus
Om een duidelijker beeld te illustreren: ik heb een cactus dood laten gaan. Een cáctus. Het was een cadeautje. Van een goede vriendin die wist van mijn gecompliceerde relatie met planten. Ik had één taak: het gestekelde bolletje eens per jaar water geven. En het was niet eens zo dat ik het vergeten was. Ik bedacht me alleen dat eens per jaar nooit genoeg zou kunnen zijn. En dus heb ik me met mijn twee linker klauwen iets te fanatiek aan de gieter vergrepen. In de eerste instantie had ik niet eens door dat hij dood was. Pas toen hij eruit begon te zien als een mislukte acupunctuursessie en half uit de pot ging hangen, wist ik dat er iets mis was. Dus bij dezen, R. Hij is dood.

MC Hamster
Hetzelfde effect heb ik op dieren. Mijn allereerste huisdiertje was een dwerghamster: Twiggy. Ik hield van het leven met Twiggy, maar onze liefde was een eenrichtingsverkeer. Twiggy haatte me. Als ik er aan terug denk hoe ik met dat beestje gespeeld heb: hoe Twiggy achter in een knalroze, plastic Jeep met 45 kilometer per uur naar een fictief strand werd gesjeesd en hoe zij twee jaar lang de hond van mijn pornoblonde barbie speelde, verzuip ik in spijt en medelijden.

Suïcidaal
En geloof het of niet: Twiggy was suïcidaal. Ze klom naar het allerhoogste rekje in haar kooitje en liet zichzelf dan naar beneden kletteren. Haar zelfmoordpogingen slaagden natuurlijk nooit, want er lag zo’n drie meter aan stro in dat kooitje. Wat moet dat beest zich miserabel gevoeld hebben, daar in die blauwe, veel te grote hamstervilla. Met veel te veel voedsel en een 9-jarig kind met een kop ongekamd kroeshaar en een psychotische glimlach die je om de haverklap naar strandfeestjes wil rijden.

Ik weet niet wat het is dat ik met me meedraag, waardoor ik planten en dieren klaarblijkelijk niet kan de liefde kan geven die zij verdienen. Ik heb het gewoon niet in me. Een opgezette hond zou bij mij nog het loodje leggen. Misschien heb ik een slecht aura. Of zijn planten gewoon racistisch. Ik dank het universum op m’n blote knieën voor de komst van kunstplanten en Furby’s. En daar moet ik me voor ieders bestwil voorlopig maar aan vasthouden. Met m’n ‘groene vingers’.