Morsige medereizigers

geen

235.000 Boekenweekgeschenkbezitters reisden afgelopen zondag met de trein. Dat verklaarde waarschijnlijk de overvolle stoptrein waar ik die avond instapte. Ik zag twee vrije plekken, één naast een morsige man en één naast een net wat mindere morsige vrouw. Ik besloot voor de zitplaats naast de vrouw te gaan en vroeg op mijn allervriendelijkst: “Zou ik hier mogen zitten?” Ze keek me aan alsof ik haar gevraagd had een nier af te staan.

Weekendtas
De vrouw was overduidelijk een Boekenweekreizigster. Op de door mij begeerde plek lag een biologisch afbreekbare shopper met pontificaal daar bovenop het boek van Kees van Kooten. Haar jas had ze over de leuning van de stoel voor haar gedrapeerd. Ze mompelde iets wat aan mij gericht leek en wees naar de overkant van het gangpad. Daar had een meisje de stoel naast haar geconfisqueerd voor haar immens grote weekendtas. Ik piekerde er echter niet over om daar te gaan zitten en besloot me van de domme te houden.

Nukkig
“Sorry, wat zei u?” vroeg ik daarom, een glimlach op mijn gezicht geplakt. De vrouw mompelde weer iets maar begon toen toch tergend langzaam haar spullen bij elkaar te rapen. Toen ik met een “Dank u wel” ging zitten, gromde ze wat, keerde zich nukkig naar het raam en gunde me de rest van de reis geen blik waardig.

Privileges
Ik begreep haar ergens best. Ik vind het ook heerlijk om me tijdens een treinreis uitgebreid te installeren met boek, krant, iPhone en tas binnen handbereik op de stoel naast me. Maar als ik zie dat de trein volloopt, ruim ik keurig mijn zooi op zodat een medepassagier ook kan zitten. Want zo hoort het. Misschien was de vrouw naast mij geen ervaren treinreizigster. Of vond ze dat ze door het Boekenweekgeschenk geen recht had op één, maar twee zitplaatsen. Alsof ze dacht “Ik heb een boek gekocht en daardoor substantieel bijgedragen aan onze kwakkelende economie. Dat geeft mij bepaalde privileges.” Maar waarschijnlijk was ze gewoon onfatsoenlijk.

Woordenwisseling
Bij het eindstation werd het me echter duidelijk. Morsige Man was de reisgezel van Minder Morsige Vrouw, zo bleek uit een niet al te vriendelijke woordenwisseling. De vrouw had na een dag op stap met Morsige Man vast zo genoeg van hem, dat ze voorgesteld had apart te gaan zitten. Misschien had ze dat zelfs al bedacht op de heenreis. “En op de terugweg ga ik lekker alleen zitten, dan kan ik eindelijk het Boekenweekgeschenk rustig lezen. Die Kees van Kooten is tenminste wel een verzorgde, erudiete man.”

Heel even had ik medelijden met haar. Ik glimlachte nog eens vriendelijk bij het uitstappen en wenste haar in gedachten een lange, wilde avond toe met Morsige Man. Hopelijk had hij in de Boekenweek Vijftig tinten grijs gekocht.

© Beeld:privébezit