Nederland is peanuts

Drie medailles te vergeven op de 5 kilometer, en drie Nederlanders op het podium. Geweldig, maar ergens klopt het natuurlijk niet.

Ik ben geen groot sportfanaat, ik beoefen nagenoeg geen sport, en ik kijk het, op Wereld- en Europese kampioenschappen voetbal eigenlijk ook nooit. Behalve dan wanneer er toernooien zijn, en een oranjegekleurd individu of team ineens buitengewoon goed presteert, dan ben ik ineens heel erg van de partij. Een gelegenheidssupporter zegmaar (zoals ze dat bij Feyenoord ook zo goed kunnen). Dus zat ik net als vele andere Nederlanders zaterdag met kloppend hart voor de televisie. Ik liet er zelfs mijn winkelmiddagje voor schieten, dan móet het wel bijzonder zijn. Drie medailles, zou het kunnen?

Machtspositie
En het kón. Een Olympisch record aan flarden gereden, en drie keer de kleur Oranje op het podium. Het liefst hadden we hetzelfde trucje op zondag herhaald bij de vrouwen, maar helaas, toen zat er ‘slechts’ eenmaal goud in. ‘Het was ook te mooi om waar te zijn’ hoorde ik de presentator zeggen, want wij Nederlanders willen het onderste uit de kan. En ineens moest ik denken  aan de reactie van de Belgische hoogleraar economie De Grauwe, op het ‘onderzoek’ van Wilders dat aantoonde dat het heel gunstig was voor Nederland om uit de Europese unie te stappen: ‘Om handel te kunnen drijven moet je een machtspositie hebben en die heeft Nederland niet als het uit de EU stapt. Nederland is de Verenigde Staten niet. Nederland is ‘peanuts’.’

‘Nederland is peanuts’, tja het is niet leuk om te horen, maar het is natuurlijk wel zo. Wie enigszins commercieel bezig is in Nederland, loopt vaak tegen de muur van beperkingen: ‘Dit gaat niet in Nederland, daar is ons land te klein voor’. ‘Van boeken schrijven kun je niet leven in Nederland, tenzij je Saskia Noort heet’ krijg je te horen als je literaire ambities hebt (waarbij men soms even vergeet dat geld niet voor iedereen eendrijfveer is) en ook in de muziek hoef je het niet te proberen in ons land, zal menig (mislukt) muzikant je vertellen.

Nederland is peanuts. Het is waar.

Hoe kan dat?
En toch. En toch is de wereldkampioen darten een Nederlander. De Hockey World League werd gewonnen door het Nederlandse vrouwenteam. Nederlandse voetballers spelen in de grootste clubs ter wereld, komen grootse Amerikaanse tv-producties zoals The Voice (en het onlangs verkochte Utopia) uit de koker van een Nederlandse producent. En de top drie op de vijf kilometer? Een Nederlander, een Nederlander en nóg een Nederlander.

Statistisch gezien klopt daar natuurlijk geen drol van, als je de omvang van ons land vergelijkt met de prestaties. Je zou natuurlijk kunnen redeneren dat Nederlanders goede schaatsers heeft omdat zij op jonge leeftijd al in aanraking komen met ijs, of dat we zo goed kunnen zwemmen omdat er zoveel water is (al zou ik voor darten zo snel niet iets kunnen bedenken). Technisch gezien zou dat natuurlijk kunnen. Ik denk echter dat de oorzaak ergens anders ligt.

Alles is mogelijk
Al vanaf dat ik een kleine jongen was, ben ik ervan overtuigd geweest dat alles mogelijk is, als je er maar in durft te geloven en niet bang bent om op je bek te gaan. In het leven kom je veel mensen tegen die je vertellen wat kan, of eigenlijk, die je vooral vertellen wat niet kan. Als dat maar vaak genoeg gezegd wordt, is de kans dat je het aanneemt vrij groot. En dat is jammer, want zodra je stopt te geloven, stop je met dromen, en zonder dromen is het leven heel saai.

Ik ben geen groot sportfanaat. Maar wat was ik ongelooflijk trots afgelopen zaterdag om die drie Hollandse koppies op dat podium te zien. Omdat zij het levende bewijs zijn van het feit dat niets onmogelijk is. Keihard trainen, keihard werken, maar boven alles geloven dat het mogelijk is.

De nummer één, twee en drie van de wereld op de vijf kilometer zijn Nederlanders. Peanuts!

(p.s. ben ik de enige die de koning en koningin de hele tijd wil knuffelen?)

Beeld: ANP