Niet geïnteresseerd

Als er een hele heftige discussie aan de gang is, kun je mij er maar beter niet bij betrekken. Ik heb namelijk hoogstwaarschijnlijk geen mening.

Heel soms zijn er discussies waar ik me in wil mengen. Bijvoorbeeld om iets triviaals als een koningslied. Niet omdat dat koningslied of de reputatie van John Ewbank me ook maar iets kon schelen, maar simpelweg omdat er tegen me werd gezegd dat het belachelijk was dat ik het mooi vond. Over smaak valt per definitie niet te twisten en als je dat dan toch probeert, tja dan twist ik wel lekker mee.

Zwembadpedofiel
Maar voor de rest zijn er vrij weinig discussies waar ik me in meng, simpelweg omdat het me niet genoeg interesseert. Dat klinkt arrogant en is het misschien ook, maar interesse kun je nu eenmaal niet veinzen. Ik kan wel doen alsof ik geïnteresseerd ben, maar ik ben het niet. Ik denk dat dat vooral te maken heeft met het onderwerp. Gaat het over onrecht, over of de doodstraf wel of niet opnieuw ingevoerd moet worden, over of een zwembadpedofiel zielig is omdat hij na zijn gevangenisstraf nergens kan wonen, dan heb ik daar waarschijnlijk wel iets over te zeggen (wat niet betekent dat ik dat ook doe overigens, ik vind niet altijd dat mijn mening iets bijdraagt).

Geen mening
Maar verhitte discussies over, bijvoorbeeld, het beleid binnen een bedrijf of rond een website, die heb ik eerlijk gezegd nooit begrepen. Ik heb bij een grote telecomprovider gewerkt die een aantal prachtige sites had. Die sites ondergingen een beleidsverandering (het had te maken met advertorials) en daar waren verhitte discussies over op de afdeling. Marketing en redactie stonden lijnrecht tegenover elkaar en er werd af en toe zelfs geschreeuwd. Ik zat erbij en ik keek ernaar. ‘Wat vind jij er nu eigenlijk van?’, werd me gevraagd. ‘Ik heb niet echt een mening’  was mijn antwoord. Dat was natuurlijk olie op het vuur en beide partijen richtten hun woede nu ineens op mij. ‘Hoezo geen mening, boeit het je niet wat wij hier doen?’ vuurde men op me af. ‘In ieder geval niet genoeg om heel kwaad over te worden. Het is maar werk. Ik begrijp jullie standpunt (redactie) met betrekking tot onafhankelijkheid en ik begrijp jullie standpunt (marketing), met betrekking tot de noodzaak om meer geld binnen te harken (anders was er op korte termijn geen site meer om boos over te zijn). Ik zie geen oplossing, maar schreeuwen is het in ieder geval niet’.

Passieloos
Opvallend genoeg heeft dat moment me destijds niet mijn baan gekost, maar niet lang daarna ben ik wel vertrokken. Ik voelde me passieloos en zonder strijdlust  tussen een stel zeer actieve kruisvaarders. Ik heb me daarna nog lang afgevraagd wat er mis met me was. Ben ik dan zo ongeïnteresseerd?  Voel ik me te goed om in een discussie te mengen? Was het stom dat ik geen mening had, en had ik er eentje moeten veinzen?

Nu ik op het hele verhaal terugkijk voelt dat allemaal anders. De sites bestaan niet meer, iedereen werkt ergens anders, en zowel ‘redactie’ als ‘marketing’ bestaan niet meer als afdeling, ondanks het feit dat marketing de discussie had gewonnen en het voortbestaan van de site was gegarandeerd. Die hele discussie was dus compleet zinloos en heeft heel wat mensen voor niets boos gemaakt. Al dat geschreeuw, al die gekrenkte ego’s voor niets.

Popcorn
Op dat moment werd me duidelijk dat het geen desinteresse is. Ik interesseer me wel voor de wereld, maar niet voor zaken die in mijn ogen irrelevant en zonde van de tijd zijn. Zaken die iedereen over een paar dagen / weken / maanden / jaren toch weer is vergeten. Zonde van de tijd, zonde van je energie, laat anderen daar maar over bekvechten, ik kijk wel toe met een bakje popcorn.

Het maakt me niet gedesinteresseerd, misschien wel arrogant. En daar wil ik dan best wel over discussiëren.

Beeld: tonobalaguer / 123RF Stockfoto