Noah: ‘Ik ken Menno niet anders dan vrolijk. Deze sombere bui is nieuw voor mij’

column Noah

Single Noah (33, accountmanager bij een uitgeverij) vertelt elke week over zijn date-avonturen.

‘Die Ties…’ Menno schraapt zijn keel in de telefoonhoorn. ‘Af!’ schreeuwt hij ineens. ‘Laat los, Babe. Nú!’ Ik glimlach. Babe is nog steeds een onbesuisd projectiel. ‘Sorry, dat k-beest knaagde aan een schoenendoos. Ik kocht een paar in twee maten, maar die ene doos moet nog terug.’ ‘Je lijkt Kirsten wel. Die kreeg bijna wekelijks een pakket van Zalando.’ Menno snuift. ‘Ik koop mijn schoenen liever in de stad. Maar mijn lievelingswinkel is failliet. Kutcorona.’

‘Dit hele jaar is klote.’ Ik denk aan Kirsten die na dertien jaar huwelijk gaat scheiden. Aan Ilse die het uitmaakte, waarvan ik nog steeds baal. Aan Gitte die zo tegenviel. Maar ik denk ook aan Hans, mijn gestorven collega. De moeder van een kennis, die corona kreeg en overleed in het verzorgingstehuis waar ze al maanden geen bezoek kreeg. En aan de zus van een collega die corona kreeg. Ze moesten een gat maken in haar keel zodat ze kon ademhalen. Nu is ze al zes weken thuis en ineens heeft ze hartproblemen. ‘Het enige goede aan dit jaar was onze vakantie in Nice.’

Lees ook:
Noah: ‘Het ziet er zo vertrouwd uit, dat ik me betrapt voel’

‘Daar mogen we ook al niet meer heen. Ik vind het allemaal eng worden.’ Menno klinkt verslagen. Opnieuw vertel ik hem over de date met Gitte. ‘Daar word je inderdaad niet geil van.’ Menno klinkt alweer wat minder vlak. Ik ken hem niet anders dan vrolijk. Deze sombere bui is nieuw voor mij. ‘En ga je nu op paardrijles? Rijdt Ties eigenlijk paard? Of rijdt hij alleen op Carin en Stefan?’ Het is een grap, maar ik mis de komische ondertoon in Menno’s stem.

Ineens wordt de voordeur met geweld dicht gemept. Menno hoort het ook. Binnen twee seconden ronden we ons telefoongesprek af. In de hal staat Kirsten. Haar schouders hangen laag en haar bril is beslagen, nat haar plakt om haar oren. Ik help haar uit haar jas en hang die over de trapleuning zodat hij kan drogen. Nog voor ik haar sjaal heb opgevouwen, ligt er al een plasje onder de spijlen. Ik maak twee koppen thee, van die smerige YogiTea die zij altijd koopt, en duw haar met volle mok en al in mijn bank.

‘Ismaël wil alimentatie.’ ‘Je bent bij de advocaat geweest?’ Kirsten knikt. ‘Hij gaat me financieel rippen, heeft hij gezegd.’ Ik trek mijn zus naar me toe. Ze is bijna vijf kilo afgevallen. ‘Jullie verdienen bijna evenveel. Hij is nu gewoon pissig om die…’ Bijna wil ik zeggen ‘jonge vent met wie jij vreemdging’, maar ik slik op tijd mijn woorden in. Dan geef ik Kirsten een knuffel. ‘De soep wordt nooit zo heet gegeten als hij wordt opgediend.’

De naam Noah is om privacyredenen gefingeerd.

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-48. Dit nummer ligt t/m 1 december in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «