Noah: ‘Ik kijk mijn zus aan en zie haar puppyblik te laat’

column Noah

Single Noah (33, accountmanager bij een uitgeverij) vertelt elke week over zijn date-avonturen.

Nadat ik Menno heb afgezet en we nog één laatste biertje drinken, ik een Heineken 0.0, tuf ik met een slakkengangetje naar huis. Het was een heerlijke week in Nice. Onderweg stop ik bij de Appie en verbaas me erover dat ik geen mondkapje op hoef. Ineens voelt alles zo vrij.

In Nederland voelt het als vroeger, voor het coronatijdperk. In Frankrijk werd het zo logisch om op straat of in de winkel even een mondkapje op te doen, dat het op het laatst niet meer vreemd aanvoelde. Iedereen zat in hetzelfde schuitje. Ik koop een sixpack bier, yoghurt met cruesli in van die eenpersoons cupjes, kipfilet en een pakje kruidenmix en een zak appels. De caissière lacht, mijn pinpas werkt nog, de auto gaat morgen door de wasstraat en alles voelt top. Nederland is zo slecht nog niet.

Als ik mijn hal inloop, mijn armen vol boodschappen en mijn sporttas over mijn schouder, struikel ik bijna over een wildvreemde ventilator die in de gang staat. Ik leg mijn boodschappen op het aanrecht, zet mijn tas in de bijkeuken en grinnik als ik samen met mijn badlaken en zwembroek nog wat fijn zand uit mijn tas schud. Als ik het deurtje van de wasmachine open, zit hij vol kleding. Roze slips. Een slaapshirt. Sportsokken. Verbaasd sta ik op.

Lees ook:
Noah: ‘Een vakantie met een man is toch heel anders dan de reizen die ik met Lieke maakte’

In mijn koelkast staan allemaal vreemde Vifit-dingen, olijven en een schaaltje chili sin carne met dezelfde vreemde brokjes zoete aardappel die mijn zus altijd snijdt. Verbaasd kijk ik rond. Een oplader op mijn bank. Een boek met de mysterieuze titel Het bloemenmeisje half achter een kussen met borduursel dat niet van mij is. Een bos rozen op tafel. Mijn bed is keurig opgemaakt, de hoes is zelfs gestreken. Op het planchet in de badkamer is één helft vrijgemaakt. Op de andere helft staan flesjes met roze labels. Een stijltang in de wastafel, waarschijnlijk te heet geweest om op te ruimen.

De badkamerdeur waait dicht door de tocht als beneden de voordeur opengaat. Kirstens stem die steeds luider wordt als ze de trap op rent. Een dikke knuffel, mijn zus die me trots en blij aankijkt. ‘Wat zie je er goed uit!’ Ze heeft bier voor me koud gelegd, zegt ze. En nacho’s gekocht. Perplex volg ik haar naar de tuin, waar we naast elkaar op de loungebank naar mijn vakantiefoto’s kijken, Kirsten tegen me aan met haar voeten onder haar billen gevouwen.

Ik verveelde me, ging meer vreemd dan jij denkt.

Ik wil haar net vragen wanneer ze gaat inpakken en wat haar toekomstplannen zijn, als ze me aankijkt.

‘Ismaël en ik gaan scheiden. Het werkt niet meer tussen ons. Ik verveelde me, ging meer vreemd dan jij denkt. Hij is superlief, maar te braaf voor mij.’ Kirsten leunt verder tegen me aan. ‘Was Ismaël maar meer zoals jij, knappe vreemdeling.’ ‘En nu?’ Ik kijk mijn zus aan en zie haar puppyblik te laat. ‘Ik logeer een maand of wat bij jou, als jij dat goed vindt. Of heb je liever dat jouw allerliefste zus op straat slaapt?’

De naam Noah is om privacyredenen gefingeerd.

Dit verhaal komt uit VIVA-2020-39. Dit nummer ligt t/m 29 september in de winkel of kun je hier online bestellen.

»BESTEL VIVA ONLINE | KLIK HIER «