Noah: ‘Ik wil leven, Noah. Ik lijk wel zestig. Heb je wijn?’

column Noah

Single Noah (33, accountmanager bij een uitgeverij) vertelt elke week over zijn date-avonturen.

Ik ben perplex over wat Kirsten me allemaal vertelde. Veertien jaar getrouwd met Ismaël en inmiddels toe aan haar vierde minnaar. Eén ervan is bekend bij haar man, de rest heeft Ismaël nooit ontdekt. Nummer vier is een docent Engels op de school waar Kirsten werkt als ondersteunend personeel. Ze verzorgt de rompslomp bij alle toetsen en examens. Sander maakte werk van haar en Kirsten viel ervoor. ‘Leuk koppie, vijf jaar jonger, sexy als de hel.’ ‘Weet Ismaël iets?’ Ze schudt haar hoofd. ‘Hij was iets op het spoor, maar door dat coronagedoe zat ik ineens thuis.’ Ik wijs naar haar telefoon. ‘Je bent continu online. Dat merkt Ismaël toch?’ ‘Ik lieg dat ik app met een collega die in Marokko is gestrand. Dat is ze ook, maar we hebben zelden contact.’ Ik zucht. Van Menno mag ik niet oordelen, maar ik schrik er wel van. Sander is nummer vier die illegaal de binnenkant van mijn zus bevoelt. ‘Ismaël verstikt me. Ik moet meer bewegen, minder eten, meer ontspannen en o ja, minder alcohol drinken. Die klote lockdown helpt ook niet. Ik voel me klemgezet. Alle lol is uit mijn leven. Zit ik daar opgesloten met een soort mantelzorger. Ik wil leven, Noah. Ik lijk wel zestig. Heb je wijn?’

Respect voor vrouwen, zegt mijn moeder altijd. Ik moet toegeven dat ik nadat Lieke me verliet boos was op alles met borsten. Niet altijd was ik politiek correct. Zeven vrouwen in acht maanden, waarvan ik vier maanden met Ilse was. Da’s pittig. Ik heb ervan geleerd. Nu vertelt Kirsten dat ze Ismaël al jaren besodemietert en bij elke broekkriebel een nieuwe aanbidder uitzoekt. Zoiets overkomt je niet. Het is een flinke tegenvaller voor me. Mijn zus, degene van wie ik me afvraag wat zij zou doen als ik voor een dilemma sta, besodemietert haar echtgenoot voor een paar geile wippen in een wiebelende Toyota.

Het frustreert me zo dat ik die avond twee pakken koek wegvreet. Daarna trek ik nog een blik knakworst open en duw alles met een dot mayonaise naar binnen. De nasi van mijn zus laat ik staan.

Hoe gaat het met je, ridder Lancelot? Gitte appt me. Ik vind het leuk om haar naam lezen. Ik klop de kruimels van mijn shirt en ga rechtop zitten. Kan ik je zien? Ik zit er even doorheen. Meteen beeldbelt Gitte me via WhatsApp. Haar haar zit warrig en ze draagt een groezelig T-shirt. ‘Ik heb in de tuin gewerkt. Krijg je spierballen van.’ Ze duwt de mouw van haar shirt hoger. ‘Rode beha?’ vraag ik als ik een flinter stof ontdek op haar schouder. Voor ik het weet, trekt Gitte het flodderige shirt over haar hoofd. Haar borsten zijn vol en romig. Ze draagt een kettinkje van een lieveheersbeest. Ik geef haar via het scherm een bemoedigende kus. Gitte knipoogt en streelt met een vinger tussen haar beha. ‘Ik weet precies wat jij nu nodig hebt. En van onkruid wieden word ik altijd apengeil.’

Lees ook: Noah: ‘Ze ziet een ander, en vast niet om te klaverjassen’

De naam Noah is om privacyredenen gefingeerd.

Noah’s column komt uit VIVA-2020-28. Dit nummer ligt t/m 14 juli in de winkel of kun je hier online bestellen.