Nog een rondje

Iedere sporter heeft er wel eentje. En eigenlijk vind je ‘m vaak strontvervelend. Dodelijk saai. Maar je kunt niet zonder. 

Damn you knooppunten
Ik heb het over een rondje. Een vast hardlooprondje of een vast fietsrondje. Zo’n rondje wat je van voor naar achteren kunt dromen. Waar je alle seizoenen al hebt gezien. En waar je bij tijd en wijle helemaal gek van wordt omdat het zo slaapverwekkend is geworden, alleen fiets je ‘m nog altijd omdat je soms gewoon geen zin hebt in onbekende wegen, knooppuntnummers die ineens zijn verdwenen met onvermijdelijk verdwalen als gevolg.

Zo’n rondje had ik ook toen ik nog in Utrecht woonde. Het was het lelijkste rondje ooit. Van Utrecht naar De Meern en via Montfoort naar Harmelen en weer terug. Een rondje van bijna dertig kilometer over een industrieterrein, door een druk dorp en langs een snelweg.

Niks voor ‘Van Gewest tot Gewest’
Het tv-programma ‘Van Gewest tot Gewest’ had er geen aflevering aan besteed, zoveel is zeker. Vooral in de winter, met al die kale bomen en alleen maar stront op de weg omdat de boeren in de omgeving druk zijn met weet ik wat, is het echt een stom rondje.

Maar het is míjn rondje. Ik heb er mijn herinneringen bij. Bijvoorbeeld aan alle keren dat ik naar Leiden ben gefietst, waar mijn ex-vriend woonde. Ik had toen nog maar net een racefiets en vond die 58 kilometer altijd een hele wereldreis. Was al uitgeput bij Bodegraven. Mijn rondje gaat voor een deel langs die route.

En ik denk aan de fietstochtjes met mijn oud-huisgenoten, met wie ik regelmatig richting Montfoort en Oudewater fietste, en waar Marcel ons er allemaal probeerde af te rijden. En waarbij we vaak na 30 kilometer al stopten voor koffie met appeltaart.

Kleine katers, grote katers
Ik denk aan alle keren dat ik mijn rondje al heb gefietst. In de zon, in de regen, met een kleine kater, met een extreem grote kater (de dagen dat ik echt het gevoel had alsof de Here naar Montfoort was gereden om het even vijftien kilometer verderop te leggen), met liefdesverdriet en met vlinders in mijn buik.

Wat er ook gebeurde: het rondje was er. Al die dagen deed ik langs de snelweg de handen onderin de beugels om keihard door te fietsen. Zwaaide ik naar de vissers aan de kant van de rivier. En deed ik er alles aan om binnen het uur weer voor het Geldmuseum te staan.

In een boek
Mijn rondje fiets ik niet meer nu ik in Den Bosch woon. Ik ben druk op zoek naar een nieuw fietsparcours dat ik straks kan dromen. Maar gelukkig staat mijn oude, lelijke rondje nu in een heel mooi boek. Samen met de rondjes van allerhande renners, oud-renners en bekende fietsliefhebbers. Mensen die allemaal net zoveel herinneringen aan hun parcours hebben als ik.

(Dat is boek heet ‘Mijn Rondje‘ en het is echt kick de bom. Als je het niet koopt voor de rondjes, koop het dan voor de foto van Herman de Schermman. Of Blaudzun, als dat meer je type is.)