Olympische Winterspelen: gaan we wel of gaan we niet?

Terwijl de meesten van ons nog volop van de zomer aan het genieten zijn, is een groot deel van de wereld al met zijn gedachten bij de winter. Bij de aankomende Winterspelen om precies te zijn. Want sinds de oproep van de Britse acteur Stephen Fry om dit feestje te boycotten vanwege de Middeleeuwse opvattingen van het gastland over homoseksualiteit, is het het gesprek van de dag. Gaan we wel of gaan we niet?

Wanstaltige wet
Het was al nooit een feestje om openlijk uit te komen voor je ‘afwijkende geaardheid’ in Rusland, maar sinds een paar maanden is het zelfs ook verboden om ‘propaganda te maken voor niet-traditionele seksuele relaties’. Wat zoveel wil zeggen dat je met openlijk praten over homoseksualiteit een hoge boete riskeert, waarbij het niet uitmaakt of je een inwoner van Rusland bent of een Olympisch atleet. De wet is glashelder op dat punt en zo ook de Russische minister van Sport.

Go or no go?
Bizar, maar de realiteit helaas. Maar hoe maak je die conservatieve Russen nu duidelijk dat dit echt onaanvaardbaar is? Dat deze standpunten vallen onder discriminatie, schending van mensenrechten zelfs? Volgens Stephen Fry is een boycot het enige juiste signaal wat deelnemende landen kunnen afgeven. Anderen, zoals bijvoorbeeld onze ministers Timmermans en Bussemaker, lijkt het juist beter om gebruik te maken van het geboden platform (‘een wereldpodium’) om hun standpunt kenbaar te maken.

Vanuit mijn gevoel geredeneerd zou ik direct roepen “boycotten die handel”. Maar mijn verstand twijfelt eraan of dat nu wel de goede keuze is. In het verleden hebben heel wat landen eerdere Spelen (om uiteenlopende redenen) geboycot, maar het heeft nooit echt, écht zoden aan de dijk gezet.

Het Olympisch credo geeft uiteindelijk de doorslag voor mij:

‘Het belangrijkst bij de Olympische Spelen is niet de overwinning, maar de deelname, zoals ook in het leven niet de overwinning, maar het streven naar een doel het belangrijkst is. Het belangrijkst is niet, om veroverd te hebben, maar om goed gevochten te hebben.’

Geen woorden maar daden!
Met wegblijven, negeren, win je uiteindelijk helemaal niets. Het feestje gaat toch wel door en wie mist er nu een gast meer of minder? Ik schaar me daarom achter onze ministers, maar dan wel met de kanttekening dat we dan ook echt van dat wereldpodium gebruik moeten maken. En dan heb ik het niet over een laf proteststickertje hier, onzichtbaar gelobby of een terloopse opmerking in een interview, nee echt laten zien waar we voor staan.

Zoals? Tijdens de openingsceremonie naast de Nederlandse vlag ook de regenboogvlag naar binnen dragen. Wat zeg ik, op alle sportoutfits een regenboogembleem aanbrengen. Goed in het zicht. Of nog beter, alle tenues in het roze.

Maar ook alle supporters en hoogwaardigheidsbekleders op de tribune… zwaaien met kleine regenboogvlaggetjes, kleed je in het roze, maak er één grote happening á la de Gay Pride van. Alle boetes die erop volgen kunnen ingediend worden bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, want ik ga er vanuit dat minister Timmermans best wel iets wil investeren in deze belangrijke internationale discussie.

Olympischlesbisch Goud
Maar het aller-allermooiste zou zijn als (zoals minister Bussemaker ook al aangaf) de sporters zelf ook een substantieel steentje bijdragen. Mocht een schaatster als Irene Wüst het voor elkaar krijgen om Olympisch goud te behalen, wat zou het dan prachtig zijn als ze – voor het oog van de internationale pers – tijdens haar inhuldigingsceremonie uitgebreid gefeliciteerd wordt door haar vriendin.

Verstrengeld in een intieme, euforische kus die het Wilhelmus lang duurt….dat zou het mooiste signaal zijn wat je als vrij Westers land kunt afgeven: liefde overwint alles.

Bron foto: tedeytan