P(l)ompverloren

Ik slenter naar de tankshop om af te rekenen. Gelukkig, twee wachtenden voor mij. Ik heb net in de auto nog geld overgeschreven van mijn spaarrekening naar mijn lopende rekening, want ik had nog maar 39 cent. Na de langzaamste tankbeurt in de geschiedenis van de mensheid en twee mensen voor mij aan de kassa kan ik alleen maar hopen dat het geld er inmiddels op staat. Ik bedoel, de benzine zit al in mijn auto, ik kan het er moeilijk weer uit halen. Hoe zou ik dat überhaupt moeten doen? Met een rietje?

Welke pomp?
‘Volgende,’ roept de caissière. Ik stap naar voren en ze knikt me vriendelijk toe. ‘Welke pomp?’
O, dat is waar ook. Normaal kijk ik daar altijd even naar, maar nu ben ik het vergeten te checken. Ik kijk over mijn schouder en zie mijn kleine witte autootje staan. ‘Pomp 4,’ zeg ik geforceerd opgewekt. God, ik hoop dat het geld al op mijn rekening staat, anders sta ik royaal voor aap. De caissière noemt het bedrag, maar ik luister niet omdat dit het moment van de waarheid is. Ik duw mijn pinpas in het apparaat, toets met vier korte piepjes mijn code in en wacht in spanning af. Een, twee, drie, vier seconden verstrijken en dan – ja! Betaald. Triomfantelijk zeg ik dat ik geen bonnetje hoef. Ik wens de caissière een fijne dag en loop terug naar mijn auto.

O nee!
Terwijl ik mijn koekblikje nader, knaagt er iets in mijn achterhoofd. Ik probeer het bedrag dat ik moest afrekenen weer voor de geest te halen. Ik meen me te herinneren dat ze ‘32 euro’ zei, maar dat kan haast niet kloppen. Toch? Voor de zekerheid kijk ik nog even op de pomp voordat ik in de auto stap. Ja, daar staat ook 32. En er staat nog een getal boven, maar – oeh, ik vraag me af of Praatje Plaatje al begonnen is op 3FM. Ik stap in en duw de sleutel in het contact, maar dan wordt er op mijn raam getikt. De caissière kijkt me bestraffend aan door het ruitje. ‘Mevrouw, u heeft de verkeerde pomp afgerekend!’

Verstopt
Al het bloed trekt weg uit mijn gezicht. Wat? De verkeerde p… maar ik zag mijn autootje staan! En op de pomp stond ook 32… O poep, dat was natuurlijk 32 liter. LITER! Niet euro’s, Lis. Ik stap uit en loop mee naar binnen. In de shop kijk ik uit het raam en dan zie ik wat er net fout is gegaan. Er staat inderdaad een wit autootje bij pomp 4, maar het is niet míjn witte autootje. Dat staat namelijk bij pomp 6, de enige pomp die ik vanuit mijn positie bij de kassa niet kon zien omdat hij verstopt was achter de raamstijl.

Liegbeest
‘Sorry hoor,’ verontschuldig ik me ook tegen de ongeduldig kijkende vrouw die me met over elkaar geslagen armen visueel staat te roosteren. Ze schudt haar hoofd en zucht. ‘Dit komt me echt heel slecht uit, weet je dat? Ik heb haast.’
Ik richt me maar op het betalen van de overige 22 euro, want van nog meer verontschuldigingen gaat het natuurlijk ook niet sneller. Terwijl de pinautomaat het geld van mijn rekening zuigt, zeg ik beschaamd: ‘Dit is me nog nooit gebeurd, ik vind het echt vervelend.’
De caissière zegt: ‘Ik had ook gewoon beter op moeten letten.’
De blonde vrouw zegt niets, maar duwt me zo’n beetje opzij zodra ik mijn pas uit de automaat heb getrokken. Terwijl ik wegloop, hoor ik haar tegen de caissière sissen: ‘Ze liegt dat ze barst. Ik zag haar nog op de pomp kijken voordat ze instapte. Ze wilde gewoon wegrijden.’

Pardon?
Ik voel mijn schouders verkrampen. Staat ze me nou gewoon voor leugenaar uit te maken? Ik zou me nu eigenlijk om moeten draaien en het pootje van haar zonnebril zo diep in haar oor moeten duwen dat haar hersenen… – nee, wacht. Ik snap hoe ze dat kan denken, maar ík weet hoe het echt gegaan is. En zij… zij kan naar de pomp lopen.

Foto: pheaber