Wat een prachtig mooie dag

Soms heb je van die dagen, dat je weer precies weet waarom je hobby je hobby is.

Waarheen, waarvoor
Regelmatig vraag ik mij af waarom ik zo nodig moet fietsen. Bijvoorbeeld toen ik laatst voor een verjaardagsvisite van Den Bosch naar Nijmegen fietste. 50 kilometer wind tegen. Moedeloos ploegde ik langs troosteloos Heesch en Schaijk en dacht: waarheen, waarvoor? En: waarom niet met de trein?

Dan vervloek ik mijn hobby, de domme, te hoog gegrepen doelen die ik mezelf stel. Argumenten als ‘hier word je sterk van’ en ‘als je er bent, ben je blij dat je gesport hebt’ helpen dan echt niet. Dan kan ik alleen nog maar domme technomuziek op de mp3-speler spelen en keihard doortrappen.

Lege weg, goed humeur
Maar zaterdag was zo’n dag dat ik zingend op de fiets zat. Elk jaar fietsen Sop en ik de Classica Joyce, een fietstocht naar haar moeder die in de buurt van Deventer woont. Voorheen vertrokken we uit Utrecht, maar nu we allebei elders wonen, moesten we ergens halverwege meeten. We hadden nog wat mensen opgetrommeld om mee te fietsen en vanuit alle hoeken van Nederland stapten we op de fiets.

De zon scheen als een malle, vriend T. en ik hadden de wind zo verschrikkelijk mee dat we bijna niet meer hoefden te trappen. De fruitbomen tussen Maas en Waal waren op hun bloeist. De weg was leeg en het humeur kon niet beter.

In Voorthuizen aten we een pannenkoek en wachtten we op de rest. En vanaf daar spurtten we naar ons einddoel. Nog even elkaar eraf rijden op de weg richting Apeldoorn, en daarna pijlsnel naar de boerderie.

Spaghetti en een douche
Daar stonden onze namen op het asfalt geschreven, stond het ontvangstcomité al anderhalf uur klaar met spaghetti met ballen en een warme douche. Joyce weet namelijk als geen ander hoe je wielrenners in de watten moet leggen.

Elk jaar fietsen we naar Joyce, en elk jaar is het een feestje. Fietsen is het leukst wanneer je het doet met leuke mensen, en wanneer er bij de finish nóg meer gezellige mensen wachten. Op die dagen is wielrennen de leukste hobby ooit. En voel ik me een dikke bofkont. Niet in de laatste plaats omdat ik zulke lieve mensen ken.