Proefkoters

Vriend en ik zitten midden in de discussie over kinderen. Hij wil een jongen, ik wil een meisje. Het hoe en wanneer doen er nog niet zoveel toe, want momenteel zijn we nog druk bezig met andere dingen.

Verwende prinses

Zolang we het over de opvoeding van onze hond (een meisje) niet eens zijn, schuiven we het nog maar even op de lange baan. Het product van voornamelijk zijn opvoeding is een verwende prinses. Ik heb de prinses het afgelopen jaar nog geprobeerd wat bij te spijkeren, maar het mocht al niet meer baten.

Tijdens de vrijmarkt op Koninginnedag komt er iemand de kroeg binnen met een lading knuffels. Mijn vriend krijgt een klein beertje in zijn armen gedrukt en ik word moeder gedoopt van een enorme teddy. Mijn hormonen nemen onmiddellijk een loopje met me. Dit is onze kans om te laten zien hoe goed we voor onze toekomstige kinderen zullen gaan zorgen.

Lekker verantwoord
‘Lieverd, dit zijn onze proefkinderen.’ Competitief als mijn vriend is ingesteld, stemt hij toe. Als we even later besluiten een hapje te gaan eten sta ik voor het eerst in dubio, aangezien ik geen kinderzitje op mijn fiets heb en de beer te groot is om op het stuur te zetten. Uiteindelijk leg ik hem languit op mijn bagagedrager en trek mijn snelbinders eroverheen. Verantwoord? Niet bepaald.

Als we aan tafel zitten mag Beer op schoot. Gevolg is dat het hele eetgebeuren één grote worsteling is, waarbij Beer het er niet helemaal vlekkeloos vanaf brengt. Op een afstandje zie ik een klein meisje meekijken naar het tafereel. Ze zal wel denken. En terecht, overigens. Tegen de tijd dat we weer buiten staan zie ik het meisje achter ons aan lopen. Ze staat in de deuropening en zegt: ‘Mevrouw, je vergeet je tas.’ Wauw. Ik draag nu een paar uur de verantwoordelijkheid over een teddybeer en ik ben al bijna al mijn persoonlijk bezit kwijt geraakt. Het voorval ontroert me en ik overhandig de teddy aan het meisje. Waarschijnlijk is hij bij haar beter af. Het meisje glundert.

Wat bezielt me
Vriend lacht me uit. De hele terugreis lang. Tommy, de kleine teddy, zit veilig voorop zijn stuur. Zijn naam heeft hij te danken aan het Hilfiger-truitje dat ie draagt. Zelfs zijn teddy is verwend. Bij thuiskomst stort ik me op ons hondje. ‘Oh gelukkig hebben we jou nog! Ik beloof je dat ik je nooit weg zal geven!’ De prinses kijkt me argwanend aan. Waarschijnlijk vraagt ze zich af wat me bezielt. En terecht.

Klaar voor het ouderschap

Ik voel me een waardeloze moeder. Mijn eerste proefkind heb ik binnen een paar uur weggegeven. Het zit me niet lekker, ondanks het zielsgelukkige meisje dat zich waarschijnlijk met veel liefde heeft ontfermd over de grote kleine. Is mijn vriend dan de enige van ons tweeën die echt klaar is voor het ouderschap? Het tegendeel wordt even later bewezen als ik de prinses in een onbewaakt moment stiekem zie weglopen met Tommy in haar bek. Ik denk dat we het ouderschap nog maar even uitstellen.