Tik tak tik tak

Echt vrienden worden we nooit; de tijd en ik. Ik kom mijn hele leven al te laat. Mijn collega’s kijken er niet meer van op – wel geïrriteerd – en mijn vrienden houden rekening met mijn manier van klokkijken. Spreken zij om acht uur af, zeggen ze tegen mij ‘om zeven uur’. En zelfs dan ben ik nog vaak de laatste die aankomt.
Ik kom overal en altijd te laat. Het zit in de genen – moeders kan er ook wat van –en ik kom er niet van af. Zelfs mijn ongesteldheid is te laat en mijn hond is niet vooruit te branden.

Je hebt van die mensen die nooit te laat komen. Die zijn zelfs tien minuten te vroeg. Of nog vroeger. Bloedirritant vind ik dat. Dat zijn van die mensen die als kleuter al wisten wat ze wilden worden en dat dan ook een paar jaar later zijn.
Ik was dat gekke kind dat in haar eigen vriendinnenboekje schreef – dan schreef er tenminste nog iemand in – dat ze schilderes wilde worden, of cliniclown.
Die op-tijd-komende-mensen waren als kleuter al ‘realistisch’. En ik weet pas sinds kort wat dat betekent.

Een jaar geleden bedacht ik me dat het misschien toch wel eens tijd werd om ‘iets’ te worden. Had ik toen nog maar een vriendinnenboekje, dan had ik daarin kunnen schrijven dat ik journalist wil worden. Een beroep dat staat voor deadlines, deadlines, deadlines. Ja, een opleiding journalistiek beginnen was echt een goede keuze, genomen met mijn zesentwintigjarige verstand.
Die deadlines worden nog eens een keer mijn dood: terwijl ik iedere keer mijn best doe om sneller te tikken dan de irritante klok van de buurvrouw – die mij ongewenst herinnert aan de tijd – struikelen mijn vingers over elkaar, druipt het zweet van mijn oksels naar mijn bilnaad en is mijn tong, na uren hijgen, veranderd in een dood beest. En die klok blijft maar tikken.

Het hele leven lijkt een race tegen de klok. Ik voel me zeventien, maar ik ga richting de dertig. Al gelooft dat puperventje van de supermarkt na twaalf keer legitimeren nog steeds niet dat ik oud genoeg ben om sigaretten te mogen kopen. Ik weet niet of dat aan de tijd ligt die het op de een of andere manier probeert goed te maken of aan die jongen die zich blindstaart op mijn bijna-jongensborst.

Bijna dertig en ik studeer nog of eigenlijk pas. Op je dertigste moet je ‘gesetteld’ zijn – ik ben opgegroeid in een dorp – denk ik stiekem wel eens. Met een lichte paniekaanval als gevolg. Mijn vriendinnen hebben kids en ik heb studieboeken. En daar zijn mijn eierstokken het ook helemaal niet mee eens. Denk je dat je de klok van de buurvrouw hoort, zijn het je eigen eierstokken.

Tik tak tik tak.

© beeld: Shutterstock