Rapunzel Jonkman

Ik ben in een nieuwe haardimensie beland. Het is een tijdje iets-korter-dan-schouderlengte geweest, maar sinds ongeveer twee jaar laat ik mijn lokken weer groeien. De reden daarvoor ligt niet per se bij mijn wens om haar tot aan mijn billen te hebben, maar eerder bij mijn aversie van naar de kapper gaan. De enige kapper waarover ik altijd tevreden ben is gevestigd in Zuidlaren, wat niet ideaal is als je in Enschede/Almere/Drachten woont. Met mijn huidige kapsel volstaan twee kappersbezoekjes per jaar. (Ik weet dat dat volgens de kapper te weinig is, maar ik heb het gewoon altijd heel druk met dingen die veel belangrijker zijn, zoals boeken lezen met een pak koekjes erbij.)

Kleine blonde haarbal
Vroeger had ik zulk lang haar dat ik erop kon zitten. Eén van de eerste dingen die mensen tegen mij zeiden was steevast: ‘Wat heb jij lang haar, zeg!’ Ik droeg het zo omdat ik het altijd al zo gedragen had. Mijn moeder vond het mooi, dus was ik de enige die tijdens het buitenspelen altijd en overal met haar haren aan bleef hangen. ‘Wacht even, Lis zit weer vast.’ In de takken van een struik als ik de voetbal pakte, aan de schors van de boom waar ik in klom en aan het klittenband van niet alleen mijn eigen jas, maar die van iedereen op een meter afstand. Toch heeft het nog tot mijn zestiende geduurd voordat ik er rigoureus de schaar in liet zetten. Kapster nummer 1 vroeg eerst vijf keer of ik het echt zeker wist en besloot toen dat zij het niet kon, dus moest haar collega het overnemen. Die knipte het netjes tot schouderlengte af en ik was jarenlang gelukkig met die lengte.

Grensoverschrijdend kapsel
Door mijn eigen luiheid is mijn blonde coupe-de-niks inmiddels weer flink gegroeid. Eigenlijk zeiden mensen nooit meer iets tegen me over mijn haar, maar sinds een paar maanden hoor ik uit alle hoeken: ‘Jeetje, wat is je haar ineens lang!’ Alsof ik er vorige week een weave doorheen heb laten vlechten ofzo. Mijn haarlengte is door slechts luttele millimeters extra te groeien blijkbaar de grens gepasseerd tussen ‘normale lengte’ en ‘sodetyfus wat is die dode marmot op jouw hoofd lang’.

Sluikmoordenaar
Wel opvallend overigens: de feature die wordt benadrukt is altijd ‘lang’ en niet ‘mooi’. Ik zie af en toe meisjes op straat lopen met een depressieve dweil op hun hoofd waarvan ik zelf bijna uit een rijdende auto wil springen en dan hoop en bid ik dat ik er niet ook zo uitzie met mijn sluike haar en vrij aanwezige neus. Misschien moet ik binnenkort dan toch maar weer eens uit mijn Drachtse torenkamertje komen om een bezoekje aan mijn favoriete kapper brengen. Of zou hij hier naar boven willen klimmen als ik mijn paardenstaart uit het raam gooi?

Foto: Rotten Reverie