Rot op met je glasvezel!

Dingdong! Wilt u glasvezel? Nee! Waarom niet? Eh…. En dan moet ik ineens met een reden komen om te verdedigen waarom ik iets niet wil.
Ik heb er zo’n hekel aan, opdringerige verkopers. Ik begrijp waarom het bestaat, en ik heb het enigszins geaccepteerd, maar de glasvezelgestapo maakt het wel heel bont. Waarom ik geen glasvezel wil? Nou, omdat ik het prima naar mijn zin heb bij mijn kabeltoko, en omdat ik gewoon niet zo houd van verandering. Ik hoef niet zo nodig voorop, ik hobbel wel achter de rest aan.

Gratis bestaat niet!
‘Ja maar daarmee snijdt u zichzelf in de vingers hoor, want glasvezel is de toekomst, en als we het nu komen aanleggen is het gratis’. Gratis vind ik wel tof, maar voor niets gaat natuurlijk de zon op. ‘Gratis?’ vraag ik, ‘dus ik hoef niets te tekenen en niets af te sluiten?’ De jongen lacht wat nerveus: ‘Nouja, niet nu direct, u zit nu nog vast aan uw kabelmaatschappij (hoe weet hij dat?!), maar over een jaar…’ ‘Ho even…’ onderbreek ik hem, ‘mijn vraag is of ik iets moet betalen!’

‘Nou meneer’ gaat hij verder, ‘het mooie van glasvezel is dat de snelheid gegarandeerd is en dat u zich nooit meer zorgen hoeft te maken om… ‘. ‘Het technische verhaal hoef ik niet te horen’ onderbreek ik hem nogmaals (ik heb glasvezel magazine geschreven, maar dat kan hij niet weten) ‘ik wil weten of je me iets komt verkopen of gratis komt aanbieden’.  De aap komt uit de mouw, de glasvezelverbinding komt tot de deur, en de jongen is van een niet nader te noemen telecommaatschappij die wil dat ik daarvoor een abonnement bij hen afsluit, in ruil waarvoor zij het gratis komen aanleggen tot in de meterkast.

Rot op!
‘Mooi aanbod, maar ik heb geen interesse, dank je’ zeg ik, tegen beter weten hopend dat het gesprek daarmee afgelopen is. ‘Mag ik vragen waarom niet?’ antwoordt de jongen. ‘Nee’ antwoord ik stellig, maar toch gaat hij verder: ‘Het is echt ontzettend zonde hoor, met glasvezel kunt u…’. ‘Rooooooot oooooooooop!’ schreeuw ik in zijn oor, terwijl ik zijn voeten onder hem vandaan veeg, en hij met zijn mooie telecombroek in een plas water valt en ik hem met een subtiel trapje de straat oprol, waar hij wordt aangereden door twee kleuters op een skelter. Goed, dat laatste was fantasie, maar ik moest oprecht onaardig worden voordat de jongen aftaaide. ‘Ik weet dat het de toekomst is en dat ‘iedereen het heeft’, maar dan ben ik maar wat langzamer….net als mijn internet, goedendag!’ riep ik hem na terwijl ik de deur iets te hard dichtdeed. Verschrikkelijk vind ik dat, dat ze je bijna dwingen om onaardig te zijn, of dan in ieder geval zeer resoluut.

Ik ben dom!
Afgelopen woensdag ging de deurbel. ‘Eh, moppie? Iets met glasvezel?’ zei M. ‘Oh god’, dacht ik, me realiserend dat alle telecombedrijven de komende dagen langs zouden komen met een aanbod. ‘Goedendag’, zei de man, ‘ik ben hier voor uw glasvez….’ ‘Ik weet wat u komt aanbieden, ik weet waarom dat fantastisch is, maar ik ben dom en ik laat deze fantastische kans schieten. Ik wens u een fijne dag verder!’ zei ik. De man koos eieren voor z’n geld en vertrok.

Zo makkelijk blijkt het dus te zijn. Ik ga het zinnetje uit mijn hoofd leren, dat gaat me nog een hoop tijd en geld schelen in de rest van mijn leven!

Foto: lisafx / 123RF Stockfoto