Rots in de branding

Elke dag denk ik aan haar. De dagen met haar. Aan de dagen van mijn jeugd. Onbevangen, vrij en zorgeloos. Dit jaar is mijn moeder al tien jaar op een plek waar ik niet ben. Maar ondanks het verdriet en terugkerende pijn, kijk ik uit over mijn leven als de zee terwijl ik op een torenhoge klif sta met mijn handen in mijn zij.

De kunst
Ieder mens krijgt klappen te verduren in het leven. Bij mij waren dat een aantal flinke rake. Zo hard, dat de pijn af en toe opnieuw doorschemert en ik de geheelde wond weer kan zien zitten. Het is de kunst om je niet te laten meeslepen. Je niet laten meesleuren door oud verdriet. Om te blijven staan als een rots. En je te realiseren dat er meer is dan de klappen van de meedogenloze zee die je fragmentarisch krijgt in je rug.

Een vreemde ruil
Er is meer dan dat. Dat heb ik mezelf in de loop der jaren leren geloven. Mijn naïviteit slinkt. Evenals mijn zoektocht naar de waarom. Er is meer dan dat. Ik moest afscheid nemen van mijn moeder, maar mocht acht jaar later mijn vriend verwelkomen in mijn leven. Een onverwacht geschenk. Een vreemde ruil. ‘Een engel voor een engel’ zoals ik dat ooit eens tegen hem gezegd heb.

Het leven is hard, wacht niet op ons en heeft schijt aan ons. Maar tegelijkertijd heeft het zoveel moois te bieden. Te leren. Van te genieten. Tranen drogen op. Gevolgd door nieuwe. Zo gaat dat. Het is de lust om te willen ontdekken. Te willen accepteren en te blijven staan. Als steen.