Doodse stilte #12: ‘Ik wil er niet over nadenken, het is nu rustig. Laat me genieten…’

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

Rust.
Eindelijk.
Rust.
Ik sluit mijn ogen en voel de warme avondzon op mijn gezicht. Ik geniet van de warmte en van het zachte briesje wat om mijn lichaam heen lijkt te dansen. Mijn haren gaan zachtjes heen en weer en ik sta muisstil. Ik probeer niet te bewegen. Ik probeer heel even aan niets te denken en zet mijn zintuigen uit.
Ik hoor niks.
Het is stil.
Doodstil.
Ik zuig de frisse buitenlucht op en adem diep in via mijn neus, houd mijn adem ongeveer vijf seconden in en adem dan heel langzaam weer uit. Ik heb ergens in één of ander tijdschrift gelezen dat je hier rustig van wordt. Dat dit helpt om te ontspannen.
Ik adem weer in en herhaal het trucje nogmaals, terwijl ik mijn ogen nog gesloten heb.
Het werkt.
Ik word hier echt rustig van.
Er komt een vlaag voorbij van mijn lievelingsgeur en als ik inadem hou ik mijn adem nog iets langer vast om te genieten van deze heerlijke geur.
Ik voel een warm lichaam tegen mijn rug en er kruipen twee grote handen vanaf mijn taille langzaam naar voren over mijn buik. Ze houden me vast en ik laat mijn ogen gesloten. De geur van zijn eau de cologne komt nog sterker mijn neus binnen en we blijven eventjes in stilte zo staan.
‘Wat een ellende vanmiddag…’ Hij fluistert de woorden bijna, terwijl zijn lippen zachtjes kusjes geven op mijn ontblote schouder.
Ik knik, maar zeg niks. Ik wil er niet over nadenken, het is nu rustig. Laat me genieten…
‘Ik heb er echt even over nagedacht om Eva op Marktplaats te zetten.’ De glimlach is te horen in de manier waarop hij praat en ik kan een harde lach niet onderdrukken.
‘Nou, daar kan ik wel inkomen!’ zeg ik lachend.
Mijn gedachten gaan terug naar die middag… de rit naar het vliegveld, waar mijn vader ons af heeft gezet. Inchecken, twee uur wachten op het vliegveld en vervolgens een vlucht van ongeveer twee en een half uur mét turbulentie.
Eva die er met haar één jaar geen reet van begreep wat er in godsnaam gaande was in haar wereldje. En Jasper… die alles fascinerend en ‘mooi mama’ vond, totdat we gingen opstijgen. Het bulderende lawaai van de motoren van het vliegtuig dreven hem tot waanzin en hij gilde het uit! Eva, die haar grote broer zag brullen, werd hier nog onrustiger van en schreeuwde harder dan ze ooit had gedaan. Na ongeveer veertig minuten vliegen, vierhonderzesentachtig koekjes, snoepjes en slokjes ranja, melk, chocolademelk, water en Fristi, achtennegentig kinderliedjes en ik-weet-niet-hoeveel sussende woordjes… waren ze stil.
Stil.
Rustig.
En toen begon de turbulentie.
En onze kinderen… die begonnen ook weer.
Om ons heen zag ik mensen ons boze blikken toewerpen en overdreven geïrriteerd oordopjes in hun oren drukken. Ik zag mensen blikken uitwisselen en met hun ogen draaien.
Ja, sorry hoor.
Alsof ik hiervoor gekozen heb.
Alsof ik hier gelukkig van word. 

Leon heeft Jasper inmiddels op schoot en Eva zit nog steeds bij mij. Mijn shirt is besmeurd met snottebellen, tranen, druppels chocolademelk en plakkerige half-opgegeten-en-weer-uitgespuugde snoepjes.
Ik zie aan Eva haar gezichtje dat er zo meteen een sirene uit haar niet zo’n gouden keeltje gaat komen. Ik ken mijn dochter, eerst haalt ze ongeveer vier keer diep adem, met haar ogen stevig dicht geknepen… en dan gaat haar mond mijlenver open en gaat ze volledig los. Volledig. En dat gaat zo gebeuren zie ik.
Oh shit.
Kan ik dit nog voorkomen?
Ik weet dat ik het niet kan. Ik heb het thuis al duizenden keren geprobeerd. Terwijl dochterlief bij ademhaling nummer twee komt kijk ik met een schuin oog naar de vrouw aan de andere kant van het gangpad. Met haar perfect gestreken jasje, perfect gestreken broek en haar nette, platte schoenen zie ik al meteen wat voor vlees ik in de kuip heb. Ze tilt haar kin iets op, tuit haar lippen een stukje en kijkt me afkeurend aan.
Fuck…
Jij gaat dit niet leuk vinden!
En dan, uit het niets, zie ik dat Jasper zich in één beweging omdraait. Hij gooit zijn hoofd naar voren, waarschijnlijk probeert hij zich van Leons greep los te worstelen en knalt hierbij keihard met zijn hoofd tegen de stoel voor hem aan.
Eva schrikt zo hard van de plotselinge knal dat ze haar sirene (godzijdank) inhoudt en verschrikt naar haar broer kijkt. Als Jasper weer overeind komt, zie ik tot mijn grote schrik dat er een druppel bloed over zijn voorhoofd sijpelt. Ik beweeg me naar voren en zie een hoofdwondje op zijn voorhoofd. Een snelle observatie leert mij dat dit nooit heel ernstig kan zijn, dus ik reageer zo rustig mogelijk.
Pleisters.
Fuck.
Die zitten in de koffer.
Waarom heb ik ze niet in mijn handtas gedaan?
Ik baal even gigantisch van mezelf.
‘Ik ben de pleisters vergeten,’ zeg ik tegen Leon.
Hij trekt een ‘oh shit’ hoofd en ik zie zijn linker mondhoek omhoogtrekken. Zo kijkt hij altijd als hij niet weet hoe hij iets op moet lossen.
Er komt steeds meer bloed uit Jaspers wondje en net als ik op het knopje wil drukken om een stewardess te roepen, draait er in de stoel voor ons een jongedame om. Een grote lading donkerbruine krullen vliegen langs de rugleuning van haar stoel en er komt een hand tevoorschijn met daarin een doosje pleisters.
‘Zoeken jullie een pleister?’
Dankbaar pak ik de pleisters aan, zonder de vrouw aan te kijken. Ik haal er met moederlijke souplesse een pleister uit, peuter de beschermstukjes eraf en plak de pleister meteen op het hoofd van Jasper, die van schrik nog steeds stil is.
‘Zooooo. Over…’
Ik geef Jasper een zacht kusje op zijn pleister en Eva kijkt verbaasd naar haar grote broer.
Goed. Een ramp is voorkomen. En dan doel ik met name op de sirene van Eva.
Ik kijk de vrouw aan en ben verrast door haar ogen, waar ik meteen naartoe getrokken word. Ze zijn intens groen, bijzonder helder en fel. Ik blijf kijken en ben gefascineerd door deze aanblik.
Wauw. Wat een bijzondere uitstraling heeft deze vrouw.
Ik wil haar het doosje pleisters teruggeven en zie dat ze een opvallende ring draagt. Een gouden ring met een zwarte ovaal erop, waar een wapen in gedrukt staat. Ik zie de letters ‘E’ en ‘M’ in sierlijke letters in het zwarte ovaal gegrafeerd.
Ze ziet me naar haar ring kijken en een glimlach verschijnt onder haar smaragdgroene ogen. ‘Dit is een hele bijzondere ring. Speciaal voor mij gemaakt toen ik achttien werd. De letters zijn mijn initialen. Deze ring is zo uniek… er is geen tweede van. Ik ben de enige die deze ring heeft.’
Ze steekt haar hand uit en pakt de mijne.
‘Ik ben Esmeralda Mastiona, aangenaam.’
Haar stem is warm en vriendelijk. Ik voel me direct op mijn gemak door de warmte die haar glimlach uitstraalt en haar vriendelijke stem en ik glimlach terug.
‘Esmee de Zwart,’ ik schud haar de hand.
‘Dit is mijn man Leon en onze kinderen, Jasper en Eva.’
Bijzonder rustig blijven ze ineens, die kinderen van ons. Ze zitten allebei naar Esmeralda te staren en lijkt het nou zo of doen ze ineens verlegen?
‘Bedankt voor de pleister,’ zeg ik vriendelijk.
‘Graag gedaan Esmee…’ Esmeralda kijkt me diep in de ogen.
‘Gaat het wel goed met je?’ Vraagt ze vriendelijk.
Oké, ik geloof direct dat ik er wat verwilderd uit zie, maar is het zo duidelijk?
Ik begin een beetje te lachen en antwoord: ‘Op een beetje hoofdpijn na gaat het prima.’
‘Wil je een paracetamol? Wacht, ik geef je een paracetamol.’
Net als ik beleefd wil afslaan, verdwijnen de bruine krullen alweer naar de andere kant van de stoel en zie ik haar vooroverbuigen.
‘Ben jij apotheker of zo?’ Roep ik lachend.
‘Zoiets!’ Roept ze lachend terug.
Binnen één minuut verschijnt haar stralende glimlach weer boven haar hoofdsteun, in haar ene hand heeft ze een wit tabletje en in haar andere hand een flesje water.
‘Hier, neem maar in… we moeten nog wel even vliegen. Je weet nooit hoe het gaat.’
Ik twijfel even, maar realiseer me dat ze gelijk heeft. We moeten nog een stukje vliegen en dan ook nog naar het hotel zien te komen…. Met een beetje mazzel gilt Eva maximaal de helft van de resterende reis nog en zal mijn hoofdpijn alleen maar erger worden.
Ik neem de paracetamol in met een grote slok water en geef het flesje weer aan haar terug.
‘Dankjewel,’ zeg ik vriendelijk.
Ze glimlacht weer als ze het flesje van me terug aanneemt.
Eva, die nog steeds op mijn schoot zit, heeft het hele tafereel met grote ogen bekeken, maar ik merk dat ze er wel weer klaar mee is. Snel pak ik mijn telefoon om een filmpje aan te zetten. Dat helpt. Zowel Jasper als Eva zijn rustig.
Althans voor nu….

Goed, dat was dus vanmiddag. Nu liggen Jasper en Eva uitgeteld in bed in onze hotelkamer. Jasper in een eenpersoonsbed en Eva in een soort campingbedje.
Jasper en ik staan samen op het balkon te genieten van het avondzonnetje op onze gezichten.
Zijn handen liggen nog steeds op mijn buik. Met zijn rechterhand maakt hij een vuist en heel zachtjes klopt hij op mijn buik.
‘Klop klop… Wie is daar?’ Vraagt hij.
Ik glimlach en open mijn ogen.
‘Ik denk niet dat hij of zij al iets hoort…’ Zeg ik zachtjes.
Hij spreidt zijn vingers om te zien om hij mijn hele buik nog kan omvatten, maar dat lukt niet meer. Mijn beginnende buikje begint inmiddels redelijk uit te puilen en ik leg mijn handen op zijn handen. Dit kindje is nog niet eens geboren en er is nu al zoveel liefde voor hem of haar. Zoveel warmte.
Dan sluit ik mijn ogen weer, geniet van de nazomerzon op mijn gezicht, mijn man die me vastheeft en de gedachte aan dat hele kleine frutseltje in mijn buik… Wat een geluk.

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels. Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Lees ook de vorige hoofdstukken van Doodse Stilte:

(1) Doodse stilte #1: ”Bent u Esmee de Zwart?’ vraagt de politieagent vriendelijk. Ik knik’
(2) Doodse stilte #2: ‘Alles om me heen lijkt in slow motion te gebeuren’
(3) Doodse stilte #3: ‘Ben ik nou gek of hoor ik een stem?’
(4) Doodse stilte #4: ‘Waarschijnlijk heeft ze aan mijn stem gehoord dat er echt iets aan de hand is’
(5) Doodse stilte #5: ‘Nee, u kunt niemand voor mij bellen. Ik moet gewoon weg’
(6) Doodse stilte#6: ‘Het voelt alsof ik toeschouwer ben van één of andere bizarre theatershow’
(7) Doodse stilte #7: ‘Ik wil het niet horen, maar het kan niet anders’
(8) Doodse stilte #8: ‘Dit is raar. Moet ik nou bedankt zeggen?’
(9)Doodse stilte #9: ‘Ik voel dat mijn handen ijskoud zijn en er gaat een rilling over mijn rug’
(10) Doodse stilte #10: ‘Wat doet het ertoe hoe laat ik gehoord heb dat mijn man dood is?’
(11) Doodse stilte #11: ‘Oh jeetje. Moet ik een kist uitzoeken? Nu?’

Op de hoogte blijven van onze leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.