Doodse stilte #29: ‘Fuck. Hij weet het. De tranen wellen op in mijn ogen als ik hem aankijk’

doodse stilte saskia idema

Iedere week kun je op VIVA.nl een hoofdstuk lezen uit het ontroerende boek Doodse stilte van Saskia Idema. Ben je klaar voor een nieuw hoofdstuk…?

Ik word wakker met een dof gevoel in mijn hoofd. Mijn mond voelt kurkdroog aan en ik heb het ijskoud. Ik kruip verder onder de deken in de hoop dat ik het wat warmer krijg. De kou versterkt mijn intense pijn.
De slaapkamer is schemerig. De gordijnen zijn gesloten en het is muisstil.
Ik hoor niets, niemand.
Als ik me omdraai, voel ik een pittige hoofdpijn opkomen en ik ga met mijn tong over mijn lippen om deze iets te bevochtigen.
Over het randje van het dekbed speur ik naar mijn wekker. Hoe laat zal het zijn?
Ik zie de rode cijfers van mijn wekker en knijp mijn ogen iets dicht om het goed te kunnen zien.
Halfacht. Ik frons even met mijn wenkbrauwen.
Halfacht?
Ik heb toch niet de hele dag geslapen?
Langzaam kom ik overeind. Mijn lijf voelt stijf en mijn schouder doet pijn. Ik wrijf in mijn ogen en trek een vastgeplakte pluk haar van mijn wang.
Ik kijk op mijn nachtkastje om te zien of mijn telefoon daar ligt, maar die ligt er niet. Er ligt alleen een strip paracetamol en er staat een glas water naast.
Oh, water.
Ik kom verder overeind en pak het glas vast. Als ik hem aan mijn mond zet, voel ik dat het water lauw is. Dat staat er vast al een tijdje.
Desondanks werkt het heerlijk verkoelend en ik drink het glas halfleeg.
Dan frutsel ik twee paracetamolletjes uit de strip en slik ze weg, terwijl ik de rest van het water opdrink.
Oh god. Waar zijn Jasper en Eva?
Ik ben meteen klaarwakker en ik kom overeind. Ondanks de kou trek ik het dekbed van me af en ik zet mijn voeten op de grond, terwijl ik een scheut van pijn door mijn bovenbenen voel gaan.
Au. Mijn spieren zijn helemaal stijf.
Zachtjes loop ik de gang door en ik ga de trap af, terwijl ik nog een paar keer in mijn ogen wrijf.
Als ik de woonkamer binnen kom, hoor ik gerommel in de tuin en vervolgens zie ik vanuit de tuin mijn schoonvader naar binnen komen.
‘Ah, de schone slaapster is wakker,’ zegt Henk.
Zijn opmerking irriteert me en ik reageer niet.
‘Waar zijn de kinderen?’
Henk komt naar me toe.
‘Die liggen al lekker in bed.’
Oh. Ik voel een vlaag van teleurstelling door me heen gaan. Ik heb ze nu de hele dag niet gezien.
‘Waarom hebben jullie me niet wakker gemaakt?’ vraag ik.
‘Omdat je je rust nodig had.’ Zijn stem is vriendelijk, maar duidelijk.
‘Hoe voel je je?’ vraagt hij, terwijl hij me onderzoekend aankijkt.
‘Alsof ik ben overreden door een vrachtwagen. En toen nog door een tractor,’ mompel ik, terwijl ik een nieuw glas uit de kast haal en met water vul.
Ik zet het glas aan mijn lippen en drink het in één keer leeg.
‘We hebben eten voor je bewaard. Zal ik het even voor je opwarmen?’
Gatverdamme. Eten.
‘Nee, dank je,’ zeg ik zachtjes, terwijl ik naar de bank loop.
‘Je hebt de hele dag nog niks gegeten, Esmee.’
‘Dat weet ik, maar ik hoef niks, ik heb geen honger.’
Ik laat me op de bank vallen en trek de deken die over de leuning ligt over me heen.
‘Ga anders even douchen, dan kan je daarna wat eten.’ Henk komt naast me op de bank zitten.
‘Ik heb vanmorgen al gedoucht,’ antwoord ik.
Man, man. Wat een gezeur. Laat me gewoon met rust.
‘Dat zal wel, maar van vier uur lang in het zand liggen, word je doorgaans niet veel schoner,’ reageert Henk nuchter.
Vier uur? Waar heeft die man het over? Verbaasd kijk ik hem aan.
‘Wat zeg je?’ vraag ik.
‘Nou, dat je in het zand lag. Dat heeft wel een soort scrub effect heb ik gehoord, maar heb je al in de spiegel gekeken?’
Zijn wederom nuchtere reactie heeft, verrassend genoeg, een rustgevend effect op me.
‘Dat bedoel ik niet, ik bedoel die vier uur. Dat was een grapje, toch?’
Dan is het zijn beurt om verbaasd te kijken.
‘Esmee, je weet toch wel wat er hier gaande is?’
Het beeld van de positieve zwangerschapstest doemt voor me op.
Fuck.
Hij weet het.
Ik kijk naar mijn voeten en zeg niks.
Henk, die normaal zo afstandelijk is, schuift dichterbij me en pakt mijn hand.
‘Het geeft niks, meissie,’ zegt hij zachtjes.
Ik voel mijn kaken verstijven en ik span de spieren in mijn buik aan. Ik voel me zo klein. Zó klein. De tranen wellen op in mijn ogen als ik hem aankijk.
‘Ik weet niet wat ik moet doen…’ Ik krijg de woorden bijna niet uitgesproken. 
‘Het werd je te veel, Esmee. Dat is helemaal niet erg in deze situatie. We missen Leon allemaal heel erg. Dit is niet te bevatten, voor niemand.’
Ik kijk hem aan en zie zijn onderlip iets trillen.
‘Nee…’ fluister ik.
Weet hij het nou wel of niet? Onderzoekend kijk ik op om zijn gezichtsuitdrukking te zien.
‘Maar je moet niet in het zand gaan liggen op zo’n koude dag. Daar wordt niemand gelukkig van.’ Hij geeft me een knipoog, terwijl hij in mijn hand knijpt.
‘En we kunnen wel een beetje geluk gebruiken.’
Ik kan een glimlach niet onderdrukken. Zijn nuchterheid werkt verhelderend, maar ik weet nog steeds niet of hij weet wat er aan de hand is.
‘Je moet wel even wat eten, meis. Hoe zwaar ook, je moet blijven staan voor de kinderen.’
De kinderen… twee of drie? Hij heeft hoe dan ook gelijk. Ik moet eten. Ik ben niet meer alleen, er groeit een baby in mijn buik. Ik moet voor mezelf zorgen, dat moet. Ik ben verantwoordelijk voor dit kleine ukkie wat veilig in mijn lichaam zit. Ik heb geen keuze.
Ik knik.
‘Oké.’
Henk glimlacht en laat mijn hand los. Dan loopt hij naar de keuken om eten op te warmen.
‘Waar zijn Vera en mijn vader?’ vraag ik.
‘Die heb ik naar huis gestuurd. Je vader komt straks nog even langs.’
‘Waarom heb je ze naar huis gestuurd?’
‘Vera was doodmoe, die heeft een heftige ochtend gehad. Je hebt haar goed laten schrikken.’
Oh. Shit. Dat was niet mijn bedoeling. Ik voel me bezwaard dat ik haar zo heb laten schrikken en wil haar eigenlijk direct even geruststellen.
Ik pak mijn telefoon.
‘Ik bel haar even, vind je dat goed?’
‘Uiteraard.’ Henk knikt.
Ik zie dat ik een aantal gemiste oproepen heb, maar ik negeer ze. In mijn telefoon zoek ik het nummer van mijn vriendin en ik druk op het groene icoontje.
Na drie keer wordt de telefoon opgenomen.
‘Esmee.’ Ik herken de stem van Frederik direct. Lief en vriendelijk.
‘Hai. Hoe is het met je?’ vraag ik.
‘Verrot. En met jou?’
‘Verrot.’
‘Snap ik. Meid, dit is niet normaal!’
‘Nee… ik weet het… maar luister, is Vera in de buurt?’
‘Ze ligt net te slapen… Ze was erg moe. Moet ik haar wakker maken?’ vraagt Frederik vriendelijk.
‘Nee, dat hoeft niet, laat haar maar slapen. Ik spreek haar morgen wel even.’
Frederik is even stil.
‘Es?’ vraagt hij dan.
‘Ja?’
‘De jongens en ik willen je heel graag zien. Mogen we een dezer dagen even langs komen? We zijn met tien minuten weer weg, als je dat wilt. Ik snap dat je al die drukte niet wilt. Maar we willen je heel graag even zien.’
Ik houd even mijn adem in.
Met ‘de jongens’ bedoelt hij nog vijf anderen. Leon was onderdeel van een hechte vriendenclub, bestaande uit zeven mannen. Ze kennen elkaar al vanaf de kleuterschool en hebben stuk voor stuk hun levens naast elkaar opgebouwd. Een ongelooflijk hechte vriendenclub, waarin al de nodige ups en downs de revue hebben gepasseerd. Hun band is ijzersterk en ook voor hen moet het verlies van Leon ondraaglijk zijn. Naast zijn gezin waren deze jongens extreem belangrijk voor hem. Misschien nog wel belangrijker dan de rest van de familie.
Ik kijk op de klok. Het is inmiddels kwart voor acht.
Even denk ik na. Ik heb de hele middag liggen slapen. De kans dat ik vanavond de slaap nog kan vatten is klein.
‘Ik geloof dat ik dat heel fijn zou vinden,’ zeg ik. ‘Wat doen jullie vanavond…?’

Een uur later sta ik met volle maag en fris gedoucht beneden bij de deur. Ik heb boven nog even snel bij de kinderen gekeken, die vredig lagen te slapen. Henk gaat weg en geeft me een ongemakkelijke kus op mijn wang.
‘Fijn dat de jongens komen. Doe je ze de groetjes?’
Ik knik en zwaai hem uit. 

Als ik weer binnen ben, draai ik een fles wijn open en ik schenk een glas voor mezelf in. Ik sluit mijn ogen als ik een slok neem en ik geniet van de heerlijke smaak in mijn mond.
Dan ineens worden mijn ogen twee keer zo groot.
Shit! Oh, fuck! Ik mag helemaal geen alcohol!
Snel spuug ik de slok wijn in de gootsteen en ik giet mijn wijnglas leeg.
Jemig, wat dom…
Precies op dat moment gaat de bel. Daar zullen ze zijn. Ik loop de gang door en open de deur.
Er staan zes grote mannen voor mijn deur. Zes treurige gezichten en ze zijn allemaal stil. Waar ze een paar weken geleden nog vrolijk binnen kwamen stormen en al lachend de boel op stelten hebben gezet, zeggen ze nu geen woord.
Frederik staat vooraan en doet als eerste een stap naar voren.
‘Es, kom hier meid.’ Hij grijpt me vast met zijn grote, sterke armen en geeft me een flinke knuffel.
Hij wordt gevolgd door Tyler. Tyler is de rustigste van de groep. Met zijn wat langere, blonde haren en vriendelijke uitstraling wordt hij vaak als de ‘vader’ van de groep gezien. Hij geeft me een kus op mijn wang en knijpt even met zijn ogen als hij me daarna aankijkt.
‘Hai, Esmee, fijn dat we mochten komen.’
Ik knik en pers er een glimlach uit. Het is oprecht fijn dat ze er zijn.
Vincent is de absolute gangmaker van de groep. Altijd in voor een grapje, altijd een grote glimlach op zijn gezicht en positief over… tja… alles eigenlijk wel. Een typisch gevalletje ‘het glas is halfvol’.
Maar nu staat zijn gezicht zoals ik hem nog nooit gezien heb. Verslagen, geschokt en een beetje afwezig. Zijn mondhoeken hangen ver naar beneden en de schrik slaat me om het hart als ik hem zo zie. Ik doe een stap naar voren en val hem om de nek.
‘Fijn dat je er bent, Vin,’ zeg ik zachtjes.
Vincent zegt niks, hij knikt alleen en kijkt me met grote ogen vol verdriet verdwaasd aan. Dan loopt hij door naar de woonkamer.
De tweeling, Bjorn en Ramon, lijken bizar veel op elkaar. Het heeft me jaren gekost om ze uit elkaar te kunnen houden. Het enige minuscule verschil is dat Bjorn een klein littekentje boven zijn lip heeft. Uiteraard dragen ze niet meer dezelfde kleren, hoewel ik wel foto’s heb gezien dat hun moeder ze vroeger dagelijks exact dezelfde kleren aandeed. Ik heb medelijden met de juffen en meesters die ze op basisschool hebben gehad, want Björn en Ramon lijken mega rustig, maar halen om de haverklap geintjes uit en kunnen dan met een stalen gezicht zeggen dat ze er niets mee te maken hebben.
Ze geven me om de beurt een knuffel en dan zie ik als laatste Mike staan. Mike is de kleinste van de groep, maar nog steeds een stuk groter dan ik. Mike wordt ook wel ‘de casanova’ genoemd. De eeuwige vrijgezel, piloot van beroep en volgens mij gaat de uitdrukking ‘in elk stadje een ander schatje’ voor hem helemaal op. Ik heb hem in de afgelopen jaren met minstens twintig verschillende vrouwen gezien. Stuk voor stuk bloedmooi en helaas… ook stuk voor stuk oliedom en naïef, waardoor hij snel op ze uitgekeken is. Met zijn lichtblonde haar, zachtgrijze ogen en lange wimpers is hij werkelijk waar een lust voor oog. Ik snap al die vrouwen wel, maar ik snap hém niet. Een leuke, pittige, intelligente en vrolijke dame zou zo fijn voor hem zijn. Stiekem denk ik altijd dat hij dolgraag een steady relatie wil, maar het eigenlijk niet durft.
‘Dag knapperd,’ zegt hij op lieve toon tegen me en hij geeft me een kus op mijn wang.
‘Hai Mike, kom verder,’ zeg ik.
‘Dames gaan voor, Esmee,’ zegt hij, terwijl hij zijn hand uitsteekt richting de gang.
Ik doe de deur dicht en loop voor hem uit naar de woonkamer.

Snel loop ik naar de koelkast om zes biertjes te pakken en ik druk ze allemaal een flesje in de hand. Ze zitten muisstil op de bank, bijna alsof ze bang zijn om te bewegen. Bjorn en Ramon maken op hetzelfde moment exact dezelfde hoofdbeweging en ik verwonder me wederom over de overeenkomsten die ze hebben.
Ik pak een glas water en pak een stoel van de eettafel om aan te schuiven bij de groep. Als ik zit, kijk ik de groep rond.
‘Nou jongens… Daar zitten we dan…’
Ze knikken en ik schiet bijna in de lach om de rare, ongemakkelijke sfeer.
‘Jullie weten wel dat je hier best mag praten, toch?’
Vincent kijkt me aan. Zijn droevige ogen spreken boekdelen.
‘Wat is er gebeurd, Esmee? Wil je het ons alsjeblieft vertellen?’
Ik knik en neem een slok van mijn water, terwijl ik probeer om rustig adem te halen. Natuurlijk wil ik dat.
Ik vertel ze over de afgelopen dagen. Wederom laat ik het verhaal van Fenna achterwege. Ik vertel ook niets over wat er vanmorgen is gebeurd.
Muisstil zitten ze naar me te luisteren en ik zie her en der tranen tevoorschijn komen. Hun vriend, hun kameraad, hun compagnon in de kroeg en hun steun en toeverlaat is er niet meer. Hij is weg.
Terwijl ik ze zo voor me zie zitten, weet ik het ineens. Mijn idee komt als donderslag bij heldere hemel. Ik weet nu al dat het perfect is.
Zoals het hoort. Zoals Leon het zou hebben gewild.
‘Mag ik jullie ook wat vragen, jongens?’
‘Ja natuurlijk,’ komt er van meerdere kanten.
‘Willen jullie de kist misschien dragen bij de uitvaart?’
Ik zie het helemaal voor me. Leon, die de aula in wordt gedragen in zijn kist. Omringt door zijn allerbeste vrienden. De jongens die hij al zijn hele leven kent en waar hij zo ongelooflijk veel mee heeft gedeeld. Hoe mooi zal hij het zijn als zij hem op zijn laatste reis mogen begeleiden en ondersteunen? Mijn lijf vult zich met emotie bij de gedachte alleen al.
Ik zie zes grote mannen in elkaar krimpen als kleine jongens, ik zie twaalf waterige ogen en ik hoor zes keer: ‘Ja, heel graag’.
Hun ongelooflijk lieve reactie zorgt ervoor dat ik zelf begin te snikken en in tranen uitbarst. Voordat ik het weet, word ik omgeven door een lading testosteron waar je u tegen zegt. Ze staan stuk voor stuk op, lopen naar me toe en omringen me letterlijk met knuffels, aandacht en warmte.
‘Ik heb nog nooit zoveel aandacht gehad van zoveel mannen tegelijk,’ grap ik tussen mijn tranen door.
De jongens lachen en we kijken elkaar aan.
Wat is het fijn dat ze er zijn, maar wat is de reden van hun bezoek afgrijselijk hard. 

Over Doodse Stilte

Op VIVA kun je iedere week een nieuw hoofdstuk van Doodse Stilte lezen. Lees jij liever dit prachtige boek in een keer uit? Je kunt het hier bestellen.

Over Saskia Idema

Saskia komt uit Hengelo en is docente, schrijfster en bovenal moeder. Moeder van maar liefst drie kinderen: Niels (2010), Lieke (2012) en Emma (2016). Al van jongs af aan is schrijven haar uitlaatklep voor alle bizarre, mooie en pijnlijke hersenspinsels.

Op de hoogte blijven van de leukste artikelen en winacties? Schrijf je in voor de VIVA-nieuwsbrief.

VIVA banner