Schone verslaapster

Het was woensdagmorgen en ik werd wakker van de zon. Meteen gingen in mijn hoofd alle alarmbellen rinkelen die ik eerder die ochtend zo vakkundig had genegeerd. Dat ging zo van: woensdag – zon – klok – kwart voor acht – shit ik had al in Utrecht moeten zijn – kut-kut-kut-kut-tuut-tuut-tuut!

Wereldrecord
Wonderlijk, waar je op zo’n moment toe in staat bent. Het duurde nog geen vijf seconden of ik stond naast mijn bed, en waar ik normaal gesproken naar de badkamer sukkel, verbrak ik nu bijna het wereldrecord op de twintig meter. Ook onder de douche werkte ik alle benodigde stappen sneller af dan ooit, al was ik wel zo wijs om het geplande scheren van mijn oksels erbij te laten zitten. Dan maar een vestje aan, redeneerde ik.

Aangekleed en wel zat ik om vijf minuten over acht op de fiets. Terwijl ik naar het station racete, kon ik alleen maar denken: ik had nu al op mijn plek moeten zitten. En vervolgens: wat ga ik aan mijn collega’s vertellen? ‘Ik heb me verslapen’, dat was me sinds de middelbare school niet meer overkomen. Sterker nog, ik had kort daarvoor zitten opscheppen over hoe goed ik kon omgaan met korte nachten, dat ik op zes uurtjes slaap prima functioneer. Way to prove a point, Petra.

De mist trok op
Helaas kon ik geen betere verklaring bedenken, ook niet nadat dankzij een croissant en een kop stationskoffie de mist enigszins was opgetrokken. Alle alternatieven die in me opkwamen, zouden het alleen maar erger maken. Ik besloot dus maar alvast een sms’je te sturen vol met excuses en dat ik onderweg was en er zo snel mogelijk zou zijn, en uiteraard zou ik langer doorwerken om de tijd in te halen.

Gelukkig konden ze er wel om lachen. Al snel kreeg ik een sms terug: “Ik dacht al: het nieuwe rooster van Petra, ik snap er niks meer van.” Blijkbaar gold dat voor mijzelf ook. Vanaf nu zet ik geen twee wekkers meer, maar twintig. Als ik me dan toch nog verslaap, zal ik het wel echt heel hard nodig hebben.

CC foto: Melanie Hughes