Schoonmaakschlemiel

Wie mij een beetje kent, weet dat opruimen niet mijn hobby is. Nu geloof ik dat er weinig mensen zijn die zullen zeggen: ‘Ik hou van lange wandelingen in het bos en daarna thuiskomen en de teringzooi die daar is ontstaan he-le-maal opruimen’, maar ik ben zo slecht in opruimen dat je het zelfs als een soort handicap zou kunnen zien.

Productief
Neem alleen al de was. Doordeweeks vlieg ik van hot naar her en als ik dan eindelijk thuis kom, heb ik wel wat beters te doen dan die zompige bult stinkkleren uitmesten. Boek 3 schrijft tenslotte zichzelf niet. Maar dan arriveert het weekend en neem ik me voor: morgen sta ik bij het krieken van de dag op en ga ik de hele dag wasjes draaien en ophangen, terwijl ik tussendoor allerlei productieve huiselijke taken uitvoer (zoals de douche schoonmaken, de afwas doen, stofzuigen).

Rust en stilte
Zaterdag breekt aan. De zon licht de wereld langzaam op en valt door het ruisende bladerdek op het gras, waar dansende lichtvlekjes ontstaan. Een soort natuurlijke disco. De lucht ruikt nog fris en op die paar hardlopers na, heerst er nog een verkwikkende rust en stilte.
Ik merk al die dingen niet, want ik lig nog diep weggedoken onder het warme dekbed kwijlend te dromen dat ik ‘s werelds grootste Oreokoekje voor mijn verjaardag krijg. De wekker druk ik uit, want dit is te mooi om voor wakker te worden. Pas tegen half elf gaan mijn ogen met tegenzin open, maar dan heeft de dag me al ingehaald.

Kijker
Ik ben (wanneer het mij goed uitkomt) helemaal een voorstander van het credo: ‘Benut je sterke kanten.’ Mijn sterke kant is duidelijk niets wat met het huishouden te maken heeft. Ik zou mezelf dan ook graag vrijstelling geven voor de was, de strijk en de stofzuig, ware het niet dat we de irritante gewoonte hebben ontwikkeld om huizen te huren die te koop staan. Dan dient er zich nog weleens een dag van tevoren een nare mededeling aan: ‘Er komt morgen een kijker.’ De woorden die iedere schoonmaakschlemiel haat.

Erger dan visite
Een kijker is nog erger dan visite, want bij die laatste categorie kun je gewoon alle troep in één kamer duwen en die deur stevig dicht houden. De kijker wil echter alle kamers zien, zeikerd die hij er is. ‘Ik koop geen huis als ik één kamerdeur niet open mag doen, zeur zeur!’ Dus rest mij nog maar één ding: vóór morgen het hele huis opruimen. Alles netjes en ordelijk.
En misschien een heel klein beetje zooi onder het bed proppen.