De sjans ontsprongen

Als ik langs de rondweg loop met de hond, wordt er altijd minstens één keer naar me getoeterd. Ik ben het type wat er van een afstandje uitziet als een lekker tussendoortje. Blond, slank. Veel meer is er eigenlijk niet nodig. Ik draag ook vaak hakken, maar dat komt mijn charme over het algemeen niet echt ten goede. Of je moet al een zwak hebben voor deerntjes met zwakke enkels.

Niet makkelijk
Ik vroeg ooit een vriend hoe het kon dat ik nooit sjans had in de kroeg. ‘Jij draagt gewoon niet de goede kleding’ was zijn antwoord. Ik keek eens om me heen. Overal zag ik jonge meisjes met half ontblote voorgevels en rokjes die net even te kort waren. Ik had dat altijd gewijd aan wansmaak. ‘Je ziet er gewoon niet uit alsof je makkelijk bent’ sloot hij af. Thank god!

Gladde praatjes
Afgezien van vrachtwagenchauffeurs heb ik nooit zo veel sjans. Ja, laatst, in de kroeg. Er stapte een jongen van, ik schat, een jaar of achttien op me af. Zelfverzekerde blik in de ogen, slappe openingszin, gladde praatjes. Precies het type waar ik meteen op afknap. Ik kon het ook even helemaal niet gebruiken, want ik ben én bezet én ik was net met mijn vriendinnen aan het testen of ik het dansje van de Vengaboys nog kende.

Bespaar je de moeite
‘Je hebt een vriend hè?’ vroeg hij al gauw. ‘Waarom ben jij daar zo zeker van?’ vroeg ik hem, zeer benieuwd naar zijn antwoord. ‘Dat straal je gewoon uit, je gaat helemaal op in, nou ja, wat je staat te doen met je vriendinnen.’ Daar had hij helemaal gelijk in. Blijkbaar was die hint niet genoeg om me met rust te laten. Hij probeerde het nog maar eens. ‘Kom je hier vaker?’ Inmiddels was ik dit broekie wel een beetje zat. ‘Tegenwoordig niet zo vaak meer, maar vroeger kwam ik hier wekelijks.’ Weer een hint die aan hem voorbij ging. ‘De muziek is nog wel van mijn tijd’, hielp ik hem nog een handje. Hij keek nog steeds hoopvol. ‘Ik ben vierentwintig en woon samen, dus bespaar je de moeite.’ Hij droop eindelijk af.

Wát een uitstraling
Ik vroeg me af waarom het jochie überhaupt op me was afgestapt. Het deed me denken aan die keer dat er een bloedmooi meisje tegen me begon te praten in een discotheek. Ik had niets in de gaten, totdat ze ineens wel heel overduidelijk met me begon te flirten. Er stond een horde manvolk achter haar die graag mijn plek in wilde nemen. Van mij mocht het, maar ze had alleen interesse in mij. ‘Wat in godsnaam straal ik uit?’ vroeg ik me af.

Geen sjans als ik dans
Ik zat dit eens goed te overdenken, toen het broekie ineens weer voor me stond. ‘Droom je over mij?’ Oh mijn god, die is hardleers. Op dat moment klonk een heel goed nummer door de speakers. Ik zag mijn vriendinnen de dansvloer op rennen. Meestal ben ik de halve avond bezig om van iemand af te komen, omdat ik niet onaardig wil zijn, dus ik zag de bui al hangen. Ik besloot me gauw te ontdoen van deze jongvolwassen gladjakker. ‘Je bent gewoon niet makkelijk genoeg’ zei ik. Ik zag de twijfel in zijn ogen. Was dit sarcasme, of had-ie beet? Ik voelde me transformeren in een godvergeten arrogante bitch, puur omdat de sjans me even niet aanstond, maar ik moest het doen. ‘Om van af te komen, bedoel ik.’ Bam, die zat. Als ik me nog eens afvraag waarom ik nooit sjans heb, dan is hier het antwoord.

© Beeld: privébezit