Slap gelul

Ik ben allergisch voor clichématig taalgebruik. Ik krijg kippenvel van mensen die praten om het praten, kriebel van slap gelul en hevige jeuk als ik alleen al denk aan flauwe grappen.

Ik wil geenszins beweren dat je met mij de meest verrassende of intellectuele conversaties kunt voeren, maar ik weiger het eerste te zeggen dat er in mijn hoofd op komt. Hoe vaak ik in de supermarkt wel niet hoor: ‘Ook even boodschappen aan het doen?’ Ik hoop altijd van harte dat er iemand zegt: ‘Nee, ik laat hier mijn hond schijten.’ Of iets van dat kaliber. Het gebeurt nooit.

Verbale diarree
Als iemand je vraagt hoe het met je is, wat zeg je dan? Ik weet heus wel hoe het moet.
‘Ha, alles goed?’
‘Ja, met jou ook?’
‘Ja hoor!’
‘Mooi zo.’ (Of de ergste variant: ‘Houden zo.’ Serieus?)
Als het geen overwegend kloteweer of boven de twintig graden zon is, is het gesprek bij deze beëindigd.

Ingegroeide teennagels en postnatale depressies
Ik geloof van de meeste mensen niet dat ze vragen hoe het met me gaat omdat ze echt willen weten hoe het met me gaat. Wat als we echt vertellen hoe het met ons gaat? ‘Op zich prima, op een ingegroeide teennagel na.’ Of ‘ronduit slecht, ik verkeer in een postnatale depressie en mijn man gaat ook nog vreemd met mijn buurvrouw.’ Het is niet dat andere mensen me niet interesseren, maar ik deel het echte antwoord slechts met een handjevol mensen. Ik vind het een persoonlijke, intieme vraag die je pas stelt wanneer je het echt wilt weten.

Tranen met tuiten
Het allerergste vind ik cliché grappen. Ik hoor zo vaak: ‘Tja, blond he? Kun je niets aan doen.’ Platinablond, ja. Maar ik maak nog betere grappen in mijn slaap. Of ‘Zwaar he?’ als ik iets laat vallen. Tenzij het voedsel betreft. Dan hoor je: ‘Als je het niet lust, hoef je het niet meteen op de grond te gooien hoor!’ Of mensen die je komen feliciteren op dierendag. Zó grappig.

Plaatsvervangende schaamte
Zoals ik al zei, dat ik niet het eerste zeg dat in mijn hoofd op komt, betekent niet dat je met mij een fantastisch gesprek kunt voeren. Waar ik me schaam voor alle voor de hand liggende antwoorden die ik geef, voor alle grapjes die ik wel heel makkelijk inkop, daar voelt een ander plaatsvervangende schaamte of ongemakkelijkheid als ik iets zeg waarvan we het beide totaal niet zagen aankomen. Hoewel ik heel hard hoop om in de supermarkt nog eens te horen: ‘Nee, ik laat hier mijn hond schijten’, hoop ik niet dat sarcasme ooit de overhand zal nemen. Dan krijgen we last van: ‘Naar de kapper geweest?’ ‘Nee, ik ben van de trap gevallen.’

En toen was het stil
Het grootste cliché over clichés is dat er wel een kern van waarheid in moet zitten, omdat het anders geen cliché zou zijn. En het grootste genot uit flauwe grappen haal ik uit het moment waarop je wacht totdat iemand het voor de hand liggende grapje zal maken, want zo iemand is nooit ver weg. Het is degene die bij het stilvallen van een gesprek de stilte benadrukt met: ‘Dus…’, of ‘En toen was het stil’. Stilletjes smacht ik dan altijd naar iemand die zegt: ‘Wat een weertje, hè?’

© Beeld: privébezit