Alles wordt minder na kinderen

vervelende kinderen

Toen ik zaterdagochtend woest het Volkskrant Magazine van me afschoof en uitriep: ‘Wat een kutstuk!’, stond mijn man wel even te kijken. Evenals mijn twee kinderen overigens. Ik had zojuist het artikel ‘Waren ze maar alvast de deur uit’ gelezen, waarin Barbara van Erp uitlegde waarom het helemaal niet altijd leuk is om kinderen te hebben.

Want, schreef ze, ‘het is verschrikkelijk veel werk, je krijgt er een hele berg zorgen bij en voor alles wat je leuk vond aan het leven heb je geen tijd meer’. En dit: de frustratie die je hebt als je thuiszit met een lege koelkast en met kinderen die niet meewillen naar de supermarkt. Of: dan heb ik van die veel te dure verse vis gemaakt en dan lusten ze het niet.

Nou, BOEHOE! Arme, arme ouders. Kunnen ze geen vers visje eten, wat óntzettend zielig. En BOEHOE wat is het zwaar om geen boodschappen te doen omdat je kinderen er geen ZIN in hebben. Ja, de tranen staan me in de ogen. Oh en dan de films, die die ouders niet in de bioscoop kunnen zien, omdat ze ’s avonds niet weg kunnen. Mijn hart breekt ervan. Echt. Wat zijn het eigenlijk toch vervelende kinderen!

En het erge was eigenlijk ook nog dat ik het stuk wel begreep. Been there, done that. Ook ik klaagde na de geboorte van de eerste, nu zo’n vier jaar geleden. Ik was verbijsterd over de impact. Ik was ervan overtuigd dat mijn leven compleet voorbij was. Dat er nooit meer iets spontaans zou gebeuren. En mán, wat klaagde ik daarover.

Mijn klaagzang was zelfs nog veel trivialer. Met een wurm van twee weken zat ik om half vijf ’s middags in tranen in pyjama, omdat ik niet meer wist wanneer ik nou eigenlijk zelf kon douchen. Gaandeweg werd me duidelijk dat ik twee keuzes had: of ik bleef klagen of ik ging er iets aan doen. Want ja, je leven verandert door de komst van kinderen. Het is de grootste legale vrijheidsbeperking die er is.

Ze worden altijd ziek als je net dat geweldige feest hebt. Ze zeuren en schmieren. Ze zetten je voor lul in de supermarkt. Ze kloten en vernielen. Ze kotsen en schijten alles onder. Ze luisteren zelden en zoeken ALTIJD de grens op. Alles wordt minder na de komst van een kind: je hebt voor minder vrienden tijd, voor het werk minder inzet en voor sporten, lezen en eventueel seks ben je te moe. Want thuis is het alleen maar meer geworden: meer was, meer voedsel, meer afwas, meer geregel, meer verantwoordelijkheid, meer gezeik.

Echter: we nemen tegenwoordig kinderen, na een zorgvuldig afgewogen planning, en verlangen vervolgens dat dat kind ons leven niet verandert. Maar ouder ben je fulltime, 24/7, dus al het andere wat je deed, doe je er nu dus voortaan omheen. Zo is het nu eenmaal. Voor mijn dochters zal ik nooit een individu zijn met eigen wensen en dromen. Voor hun ben ik mama, altijd beschikbaar – ook ’s avonds en in het weekend.

En daar kun je over zeuren (en doe dat ook vooral tegen vriendinnen), maar je kunt er ook iets aan doen. Regel een oppas, kook voor jezelf die verse vis en geef de kinderen vissticks, bestel een pizza als de koelkast leeg is en kortom: máák er iets van. Dat het soms tegenvalt, zal niemand ontkennen. Dat het zwaar is, is een understatement. En ja, die roze wolk is ook een fucking mythe. Hoe je ermee omgaat, heb je zelf in de hand. Ik heb geleerd flexibel te zijn. Om niet al te hoge verwachtingen te hebben. En ik moet zeggen: kinderen hebben is ook verdomd leuk!

CC foto: eriketismit