Vakantiestress

Ik zag hem al van mijlenver aankomen en toch heb ik hem onderschat: de herfstvakantie. Ik dacht dat het wel los zou lopen, dat we onze kluslijst gewoon af konden maken, dat we bij zouden slapen en heel veel fijne momenten gingen hebben. Maar nu na vijf dagen merk ik dat ik weer eens te veel plannen had en dat slapen nog het enige is waar ik aan kan denken.

Heerlijk zo’n vakantie. Tenminste voor de kinderen en voor GL. Ze zijn lekker vrij. Goh, wat is dat fijn. Ik ben niet vrij. Nee, mama moet werken. Echter, mama werkt vanuit thuis. En dus moet mama nu een poging doen zich te concentreren, terwijl dochter A1 al een kwartier lang hetzelfde deuntje zingt (It’s a small world after all’) en dochter A2 uit de box probeert te klimmen.

Toegegeven: het is vooral mijn eigen schuld. Omdat het vakantie is, gaat alles ook ineens in de vakantiemodus. Dat houdt in dat we vooral veel leuke dingen moeten doen met de kinderen, terwijl we tegelijkertijd grote plannen hebben in huis. De lijstjes lopen finaal door elkaar heen. Wij wilden de douchekraan vervangen, de lekkende buitenkraan maken, het behang van onze slaapkamer stomen, de zes vuilniszakken die ik een half jaar geleden heb gevuld tijdens een opruimmanie eindelijk naar de stort brengen en tegelijkertijd zouden we pretparken bezoeken en veel spelen met de kinderen.

Nu na vijf dagen vakantie hebben wij nog niks van onze kluslijst kunnen strepen en vanwege de regen is het pretparkbezoek letterlijk in het water gevallen. En toch: een vakantie moet vooral leuk zijn. Dus gingen we tenten bouwen, koekjes bakken, indoor speeltuinen bezoeken en eten met vrienden. Dat zouden ze vast wel waarderen, dachten wij.

En ja, dat was ook zo. Zij vonden het geweldig. Ik was na een avondje restaurant met de Misthoornclub een zenuwinzinking nabij. Mijn angst voor kleine ruimtes en grote groepen mensen bleek zich ook niet goed te combineren met een indoor speeltuin. En ondertussen hoorde ik telkens maar dat stemmetje in mijn hoofd: je moet nog werken, je moet nog werken, jemoetnogwerken.

Dus vanochtend moest ik er echt aan geloven. Echter, vanwege onze onlogische kamerindeling, staat mijn bureau in het speelgedeelte van de kinderen. Opeens was ik het dus goed beu. Ter plekke bedacht ik een tussenwand en een deur met slot. Fantaseerde ik over een eigen werkkamer met geluidsdichte muren. Verloor ik mezelf in een droom vol rust, stilte en sereniteit.

Die droom duurde ongeveer anderhalve minuut. Toen sprong A1 op me, omdat ze Thomas de Trein op Youtube wilde kijken en beet A2 in mijn been. Werken? Ik geef het maar op. Over vier dagen is de vakantie afgelopen. En dan begint voor mij pas weer echt de rust.