Sosha’s World of War (in de trein)

Ik heb mijn eigen spelregels wat reizen met het openbaar vervoer betreft. Het is mijn manier van oorlog voeren. Met nietsvermoedende treinreizigers.

Einzelgänger    
Je zou kunnen zeggen dat ik behoorlijk op mezelf ben in de trein. Ik slaap, speel spelletjes of luister muziek. Het liefst zit ik helemaal alleen in de trein. Het is niet meer op één hand te tellen hoe vaak er iemand gezellig in mijn aura kwam zitten, terwijl alle andere lege treinbanken mij vragend aankeken. Zo ook een oude man. Vervolgens begint de meneer in kwestie out of nowhere een verhaal op te hangen waar je ‘u’ tegen zegt. Van sluier tot luier, zeg maar. Even serieus. Zie ik eruit alsof ik wil weten wat Neeltje de Vree allemaal uitvrat in 1916? Een verhaal wil horen over de it-girl uit de prehistorie? Nee.

De Koude Oorlog
Wat ik ook altijd zo’n naar moment vind, is wanneer ik al mijn tassen naast me op de stoel heb uitgestald en de dodelijke vraag komt: ‘Mag ik hier zitten?’ Nee, wacht, het ergste is als ze het niet eens vragen en hun gespijkerbroekte billen gewoon bovenop mijn leren tas planten. Of dat er maar één armleuning is en mijn medetreinreiziger en ik in stilte ruziemaken over wiens arm erop mag steunen. All these first world problems. Daarbij heb ik smetvrees in de trein. Ik heb nog net geen rubberen handschoentjes aan als ik me van A naar B laat vervoeren. Ik zoek altijd de schoonst ogende stoel uit, val liever tegen iemand aan dan dat ik me vergrijp aan het bacillenfeestje op die stalen paal en ga altijd zo ver mogelijk van het deurknopje staan zodat iemand anders hem in moet drukken.

Guilty pleasure
Stiekem vind ik het leuk om erbij te zijn als zwartrijdende mensen boetes krijgen. Die betrapte koppen zijn goud waard. Je voelt ‘m ook aankomen. Je ziet ze in één keer mummificeren zodra ze horen: ‘Goeeeedemorgen dames en heren, uw vervoersbewijzen alstublieft.’ Het valt me trouwens op dat zwartrijders steeds creatiever worden. En dat moet ook wel. Conducteurs kun je niet meer fucken. Als je wegrent, heb je gelijk tien man in je nek. Áls je al wegkomt. Vroeger kon je nog weleens de wc induiken als je geen kaartje gekocht had. Ze liepen je straal voorbij. Nu schuiven ze gewoon een bon onder de wc-deur door. ‘Nice try. 40 ekkies, amateur.’

Ik weet wat jullie denken. En verder ben ik een hele normale vrouw. Maar on the road ben ik een asociale einzelgänger. Zie je me zitten in de trein, aarzel dan vooral niet om de stoel naast mij over te slaan. Want ik haat je. In stilte.