Spionage

geen

Na het zien van James Bond een jaar of tien geleden, wilde ik graag spion worden. Het begon heel simpel met het ‘afluisteren’ van de telefoongesprekken van mijn moeder en het bespieden van mogelijke landverraders vanuit de boom in onze tuin.

Boevenvanger
Gehuld in zwarte kleding stond ik altijd en eeuwig op de loer. Op zoek naar verdachte transacties, donkere koffertjes en echte boeven. Mijn fiets was dan wel niet zo mooi als de auto van Bond, maar scheuren kon ik er wel mee. Na een vermoeiende dag vol achtervolgingen, ging ik naar het hoofdkantoor – de huiskamer – en bracht verslag uit aan mijn versie van M.: mijn moeder.

Mensen gluren
Inmiddels ren ik niet meer rond met een waterpistool in mijn broekzak en ook voel ik niet langer de aandrang een koffertje open te maken dat niet van mij is. Maar spioneren, dat doe ik nog wel graag. Of tenminste, spioneren… wellicht is mensen kijken een betere benaming. Voordat jullie denken dat ik een of andere freak ben.

Observeren
Wat vind ik het heerlijk om op een terras te zitten en mensen te bekijken. Wat ze aan hebben, wat ze doen, waar ze heen gaan. Of tijdens een wandeling huizen binnen gluren om te zien welk programma ze kijken (iedereen kijkt altijd tv). Let wel; dit doe ik keurig vanaf een afstandje. Ik ga niet met verrekijker in een bloemenbed met mijn neus tegen een raam aangedrukt staan.

Spion
Ik ben nu eenmaal een nieuwsgierig mens. Ik vind het heerlijk om te weten wat er achter iemand schuilgaat. En ik weet dat ik niet de enige ben die dit doet – volgens mij kijkt half Nederland huizen binnen – maar toch heb ik soms het gevoel dat ik een goede spion was geweest.

Bron foto: Edmond Wells