Spreek een bericht in

Ik word een ander mens na de piep. Ik heb een hekel aan voicemails. Ik vergeet wat ik wilde zeggen, begin te stotteren en wil het liefst zo snel mogelijk de hoorn op de haak smijten.

Zó 2007
Volgens mij is het inspreken van voicemails net als sms’en aan lager wal geraakt. Een beetje passé. Als ik iemand tegenwoordig niet kan bereiken, spreek ik geen voicemail in. Als ik de monotone vrouwenstem hoor ademhalen om te zeggen dat ik na de toon m’n bericht kan opnemen, heb ik al opgehangen. Dan schakel ik gewoon over naar WhatsApp en gooi ik er een paar berichten achteraan: ‘Ik heb je gebeld, maar je was er niet. Bel me even terug.’

Klein detail
Laatst had iemand mijn voicemail ingesproken. Het is met stip de meest onduidelijke voicemail die ik ooit gehoord heb. Ik had na vijf minuten nog steeds geen idee wie ik nou terug moest bellen, want de persoon in kwestie was straal vergeten z’n naam te vermelden. En dat bedoel ik. Het liefst schrijf ik voordat ik een voicemail in ga spreken, puntje voor puntje op wat ik kwijt wil. Ik heb namelijk geen zin om halverwege het gesprek de verbinding te moeten verbreken, omdat ik klink als iemand die net in Nederland is komen wonen.

Onzin, lulkoek, bullshit!
‘Hoi, met Sosha. Ik heb je gebeld, maar je nam niet op. Dusse… Bel me terug. Gewoon op dit nummer. O, dat nummer kun je natuurlijk niet zien. Heb je pen en papier? O nee, grapje, dit is je antwoordapparaat. Eh, bel me op 06-12345678. Doeg. Dit bericht is trouwens van Sosha. Sosha Duysker. Van school. Nou ja, bel me gewoon ff. Doeg!’ Als ik geen briefjes maak, worden mijn voicemails net zo duidelijk als een tweejarige die in het Swahili moet uitleggen wat constipatie is. Je kunt zo’n ingesproken bericht ook niet wijzigen: het is óf verzenden en ophangen óf opnieuw woordkotsen. Vet onpraktisch. Je beluistert voicemails ook altijd pas op momenten waarop dat hele bericht niet meer aan de orde is.

Ruis
Ik word er ongemakkelijk van. Het voelt gewoon kunstmatig om tegen een antwoordapparaat te staan lullen. En dat is het ook. Als je je in een normaal gesprek verspreekt, wordt er gelachen of word je gecorrigeerd. Hier hoor je niks. Je hoort alleen zachtjes de echo’s van alle woorden die je uitspreekt, waardoor je geconfronteerd wordt met hoe debiel je eigenlijk klinkt. Ik ben trouwens sowieso niet zo bellerig. Ik WhatsApp liever. Dan kan ik tenminste andere dingen doen terwijl ik aan het praten ben en nadenken over de dingen die ik zeg, zonder dat men zich af hoeft te vragen of ik er nog ben.

Nee, hoor. Mensen hoeven van mij geen voicemails meer te verwachten. Dan weten jullie dat. Ik hoef niet aan de telefoon te hangen om poep te kunnen praten.