Stampij in de bakkerij

geen

Vol ongeduld en met een lege maag sta ik op een van de mooiere dagen van deze bitterkoude lente bij de bakker in de rij. Voor me staat een jong koppel dat zo’n verpletterende saaiheid uitstraalt dat vergeleken met hen zelfs Yvon Jaspers mijn hartslag kan verhogen.

Voor hen staat een jonge studente met haar moeder, en daar weer voor twee oude besjes van ieder minstens 140 jaar oud. De kachel staat zo hoog hier dat ik mijn muts afzet. Het gaat allesbehalve snel en dit gaat nog wel even duren. Ik ben zó slecht in wachten.

Betalende bejaarden
Aan de kassa moeten de oude vrouwtjes intussen betalen en een van de besjes opent de knip van haar portemonnee en stort een handvol muntgeld uit over de counter. Het maakt een hels kabaal en mensen kijken om om te zien wat er gebeurt.

Ik doe heel hard mijn best om niet “JACKPOT!” door de bakkerij te roepen. Terwijl de besjes de €5,58 in centen uittellen, doet de kassamevrouw verwoede pogingen hen duidelijk te maken dat je hier al sinds de Verlichting niet meer met Florijnen kunt betalen.

De moeder-dochtercombinatie achter hen lijkt het slecht te trekken, moeder plukt geërgerd aan haar Oilily-sjaaltje en haar dochter update haar Facebook-status nog maar eens: ‘Wachten bij de bakker op koffie en gebak. #bejaardemensenzijntraag #opschietenouwefossiel. 

Vreemd sexy
De grijze muisjes voor me hebben van het hele preglaciale schouwspel niets mee gekregen. Ze zijn een jaar of 22, 23 denk ik. Zij is vrij klein en wat dikkig maar erg schattig. Niet uitgesproken knap, een zesje. Hij is vooral lang. Heel lang. En slungelig. Langeslungelig. Het meisje is vreemd sexy, en ik wil in haar gelipglosste lippen bijten.

Zij weet niet zo goed waar ze in wil bijten en betrekt vriendlief erbij.

Ik heb wel zin in kip, maar dat broodje is zo groot. Zal ik anders gewoon een broodje ham-kaas nemen? Of die? Die ziet er ook wel lekker uit, of niet? Die met die tomaatjes. Zal ik die anders nemen?

Ja hoor, das goed.” Het zal hem duidelijk een worst wezen en hij slungelt  verder langs de kassa.

Schiet eens op
Onder druk van de strenge blikken van de kassamevrouw wordt het een Italiaanse bol met ham en kaas.

Mevrouw, kan ik deze ook warm krijgen?” zegt het meisje. Slungelmans kijkt beteuterd van zijn vriendinnetje naar zijn eigen broodje.

Natuurlijk, dat duurt wel even een minuut of vijf.

Vijf minuten?!
Holy shit, denk ik, vijf minuten om een broodje op te warmen?! In vijf minuten kan Duitsland een 4-0 achterstand omzetten in een 6-4 winst, kan Felix Baumgartner een verticale halve marathon afleggen en kan Matthijs van Nieuwkerk de eerste twee delen van de Dikke Van Dale oplezen. Wie wacht er nou vijf minuten op een broodje, als je eerst al vijf minuten in de rij hebt gestaan? En waar ligt de grens? Acht minuten voor een kop soep? Een kwartier voor een broodje shoarma? Een half uur voor een vegetarische bamibal?

De stem van de kassamevrouw onderbreekt me ruw uit mijn overpeinzingen.

Wat kan ik voor je doen?

Shit, ik ben aan de beurt. Wat wilde ik ook al weer?

© Beeld: Getty Images