Stikken of sproeien

Ik manoeuvreer me bijna dagelijks in posities waarin ik me verre van comfortabel voel. Dat ligt deels aan mijn eigen ongemakkelijkheid, maar vooral aan mijn eigen voorbereiding.

De enige uitweg
Ik had een begrafenis, met een dienst in een kerk. Normaal gesproken maak ik me dan druk om moeten plassen, gapen en of mijn telefoon wel uit is. Zelfspot is mijn enige uitweg in lullige situaties. Nu is een laatste afscheid vaak wel een aardig serieuze gelegenheid, waarbij de mensen meestal niet zo zitten te wachten op één of andere geinponem.

Stikken of sproeien
Ik had dus keurig geplast van tevoren en mijn telefoon uitgezet. Tot zover de voorbereiding. Ik had namelijk een vreselijke nachtrust gehad door een nog verschrikkelijkere verkoudheid. De hele nacht liep ik te blaffen, tot aan kokhalzen toe. Ik had een rol stophoest naast mijn bed liggen (wat overigens de kans op stikken niet veel kleiner maakt, maar afijn) en een fles water. Dat had natuurlijk geen enkel effect. Ik kon twee dingen doen. Mijn mond dicht houden met het gevaar op een sprinklereffect vanuit mijn neusholtes, of hoesten totdat ik mijn longen binnenstebuiten naar buiten zou blazen.

Klodders snot
Nu zat ik dus in de kerk met dezelfde twee opties. Af en toe liep ik blauw aan van het inhouden van de hoest en zo nu en dan werd het ook nog emotioneel. Dat prikkelt zo lekker de snotproductie. Ik weet niet meer hoe ik het heb volgehouden zonder de aandacht te trekken, maar na de dienst stond ik opgelucht in de buitenlucht. Daar voegde een vriendin zich bij mij en mijn snotkokers. Het was dezelfde vriendin waar ik jaren geleden naast zat in de eerste klas van de middelbare school. We hadden Nederlands en ik moest plotseling niezen. Er vloog een grote klodder snot op mijn broek. Ze begon te gieren van het lachen, waardoor ze de aandacht van de hele klas trok.

Bijna ongemakkelijk
Toen alles achter de rug was, sloten we ons aan bij de vriendin en haar zus waarvoor we naar de begrafenis waren gekomen. Op dat moment zegt de eerste vriendin: ‘Jullie treffen het wel he?’ Ik schrik een beetje van haar woordkeuze. Mijn andere vriendin en haar zus kijken elkaar even aan. Op dat moment is ze bewust van haar woorden. ‘Ja, met het weer bedoel ik, het is zo’n mooie dag!’ voegt ze toe. Heel even is het stil. Dan schieten de vriendin en haar zus in de lach. Het is precies de ontlading die ze nodig hebben op dat moment. Eigenlijk helemaal niet ongemakkelijk.

Ik ben blij dat de spanning eraf is. Het is het moment waarop ik wel een sigaretje durf op te steken. Het ontaardt in een akelige hoestbui. Ik laat het deze keer maar gaan. De spanning mag er dan wel af zijn, het is nog geen tijd voor kwijlslingers, ballongetjes en snotconfetti.

© Beeld: privébezit