Blog: Sushi en vriendschap

Sushi en vriendschap

We eten sushi en ik huil. Mijn vriendinnen luisteren terwijl ik vertel over hoe moeilijk ik het soms – eigenlijk altijd – vind dat mijn vader er niet meer is. En dat het elke dag moeilijker lijkt te worden. ‘Tijd heelt alle wonden’ mag mijn kont kussen. Ze huilen met me mee.
Dan komt de volgende ronde en lachen we te hard om de gefrituurde garnaal die uit een hoopje ‘plakrijst’ steekt. En om de Japanse ober die eigenlijk niets grappigs doet. Niet dat de garnaal dat wel deed. De ober zet wat thee neer en ik lach me rot.

Wiebeltafel
De middelste tafel wiebelt en handige Merel ‘fixt’ dat wel even. Ze propt al onze servetten onder de mankepoot van de ‘wiebeltafel’. Zo gepiept. Waarschijnlijk zou ze haar eigen ‘mankementen’ ook wel willen ‘fixen’ met een paar servetten. Maar dat is lastig; reuma laat zich niet wegjagen door wat Japans katoen.

De nu ietwat ongemakkelijke ober komt aan met een veel te grote stapel bierviltjes voor de manke tafelpoot. Terwijl we toch echt om nieuwe servetten hadden gevraagd. Die poot is nu zo stabiel als ik op te hoge hakken, vrij stabiel dus.
De ober maakt een grap, iets over dat we die servetten toch gewoon weer kunnen gebruiken. Hij lacht zelf heel hard, denk ik – wat zou ‘gne gne gne’ anders betekenen – en wij kijken hem verveeld aan.
We zien elkaar weinig. Te weinig. Maar nu we zo samen aan een tafel ergens achteraf zitten, lijkt dat helemaal niet zo. En dat is echte vriendschap. De één heeft een bijna-vriendje uit Zuid-Afrika, de ander net bevallen van haar tweede kindje. We luisteren naar elkaar en oordelen niet.

sushi en vriendschapWe blijven Nederlanders
De overgebleven sushi rollen we in de nieuwe servetten die de ober toch nog heeft gebracht. We gaan natuurlijk niet betalen voor iets dat we juist niet opeten. Dat is gek. En we blijven Nederlanders. Ook al woont de ene al jaren in Noorwegen.
De moeder van twee stopt de mix van vis en katoen in haar tas alsof rauwe vis daar hoort. Het zal wel iets met snotlappen en poepluiers te maken hebben. Die rauwe vis komt mijn tas in ieder geval niet in.

Afzakkertje
Omdat het echt heel gezellig is, besluiten we nog een afzakkertje te doen in de nieuwe aanwinst van ons dorp, heel verrassend; een bruin café. Ik duik natuurlijk direct het ‘rokershok’ in. Het mag dan wel een nieuwe ‘aanwinst’ zijn, een nieuw afzuigsysteem heeft deze bar zeker niet. Een sigaret opsteken is hier (bijna) overbodig. Na één minuut in dit hok ruik ik naar een kettingroker en dat ben ik heus niet. Ik hoor de bloedmooie barvrouw – dat dan weer wel – vragen of we allemaal zwanger zijn; we bestellen drie water en drie cola light. Niet zwanger, wel bijna dertig. En ik heb geen idee wat er in die Japanse thee zat, maar ik voel ‘m behoorlijk hangen. Tijd om te gaan.

CC foto: Tony Gladvin George

Lees hier meer blogs van Daisy