Tankangst

geen

Over sommige – tijdelijke – angsten hoor je nooit iemand. Pleinvrees, smetvrees en spinnenfobie, à la. Maar ik heb dus fuelfobie, inraedamfobie, garagefobie en naviculatransitumfobie gehad. Oftewel: tankangst, inparkeerangst, parkeergarageangst en bootovertochtenangst.

Gevaar op de weg
Tijdens mijn eerste zwangerschap kreeg ik autogerelateerde klachten. Van het type assertieve chauffeur, veranderde ik in een gevaar op de weg. Ik was constant afgeleid en anticipeerde nauwelijks op mijn medeweggebruikers. Ik keek heel lang naar mooie bomen, een bejaarde op de stoep of een grappig huis langs de weg.

Hengsten aan het stuur
Daarbij kreeg ik inparkeerangst. Was het voorheen een sport om mijn wagen achteruit in een krappe parkeerplek te draaien, nu zat ik zwetend achter het stuur. Ik had het gevoel dat de hele straat meekeek als ik met dat dikke lijf van mij aan mijn stuur liep te hengsten tot ik met één wiel scheef op de stoep stond. Kansloos. En maar blijven proberen, met loeiende motor en verhit gezicht. Tot de tranen in mijn ogen stonden en ik vloekend van frustratie mijn vent ging halen om de klus te klaren.

Ik snap de betaalautomaat niet
Parkeergarages bezorgden me hartkloppingen. Ik was bang dat ik niet meer wist waar ik de auto had gezet, dat ik zo’n krappe draai omhoog té krap zou nemen – ik hoorde de lak er al af schrapen – of dat ik mijn kaartje kwijtraakte. Of nog erger: dat ik het apparaat waar ik moest betalen niet snapte.

Diesel of benzine?
Met die tankangst was het eigenlijk hetzelfde verhaal. Aan welke kant zat de tankdop ook alweer? Moest er nou benzine of diesel in (ja, echt!) en wat als ik per ongeluk toch de verkeerde brandstof in de tank gooide? Later kwam daar het gezeul naar zo’n ranzig toilet bij met een maxicosi en een vluchtgrage peuter. Ik werd daar heel zenuwachtig van.

Met de boot

Vorige zomer reed ik met een volgeladen auto, een baby, peuter en op het dak twee fietsen naar Texel. Mijn lief moest nog werken en kwam drie dagen later. Man o man, wat maakte ik me druk. Ik was bang dat ik verkeerd reed, dat ik heel lang moest wachten voordat we de boot op konden en dat de kinderen dan honger kregen of er uit wilden. Waar moest ik de auto zetten in die boot? En-zo-voort. Zucht.
Niks aan de hand natuurlijk. Alles wees zichzelf. Met wapperende haren stond ik op het dek: baby op mijn heup in een draagdoek, peuterhandje in de mijne. Leuk zeg, met de boot!

Jij ook al?

Omdat ik me een beetje schaamde voor mijn hormonale bangigheid, hing ik het niet aan de grote klok. Ik kwam het ook nooit eens in een voorlichtingsfolder of zwangerschapsboek tegen. Groot was dan ook mijn opluchting toen een zwangere vriendin afgelopen weekend zei dat ze liever geen auto meer reed, omdat ze het zo gevaarlijk vond.

Meelevend zei ik: ‘Ja, heftig hè, nu autorijden?’
‘Nee man,’ zei ze lachend, ‘ik heb soms ineens kramp in m’n kuit waardoor ik niet meer kan remmen of gassen.’

Copyright foto: Nike Martens