The boy next door

Een artiest zonder publiciteit is als een vogel zonder vleugels: hij zal nooit ver komen. Artiesten halen soms alles uit de kast om een beetje aandacht te krijgen, daarentegen zijn er ook talenten die het liefst zo ver mogelijk van al die poeha vandaan blijven. Het gevaar dreigt dat het pareltje nooit uit zijn schulp zal komen en dat is doodzonde, als je het mij vraagt.

Een paar weken geleden kreeg ik van mijn radiovriend Arwin Tamminga een tip over een jongen die twee prachtige nummers geproduceerd heeft. Ik luisterde ernaar en inderdaad, het raakte me. Wie was die jongen? Waarom heb ik hier nooit eerder van gehoord? Waar komt die stem vandaan? Die vragen kon waarschijnlijk niemand beantwoorden, omdat nooit iemand het gehoord had. ‘Hij staat dichterbij je dan je denkt’, fluisterde Arwin cryptisch. Dat het Arwin niet was, wist ik zeker. Wie het dan wel was, had ik nooit kunnen raden.

Het was mijn onderbuurjongen. Die stilletjes, anoniem vanuit zijn slaapkamer, belachelijk mooie muziek maakt. Voor een schoolopdracht maakte hij twee tracks, leverde ze in en behaalde ongetwijfeld een heel hoog cijfer. Daarna verdween hij weer in zijn kamer en zouden zijn nummers ergens in een mapje op zijn computer verdwijnen. Dat mocht niet gebeuren, vond ik. Die avond draaiden Arwin en ik de nummers tijdens ons wekelijkse uitzending op Radio501. Aangezien mijn blog dient om onbekend talent een podium te bieden, wil ik deze week mijn blog opdragen aan Job Swart. In de hoop dat hij nog meer muziek gaat maken en op een dag zelf zijn pareltjes aan de buitenwereld zal laten horen.

Foto: Alan Levin