Omhoog

Warm hier. Zal ik mijn jasje nog uitdoen? Nee, Nynke, blijven zitten nu. Je moet in je ritme komen. Daar gaat het nu om. 

Ik was bang. Ik had over de klim gehoord. Profs trainden hier. Op de kaarten die ik op internet had gevonden, stond dat ‘ie twaalf kilometer lang was, met een stijgingsgemiddelde 5,7 procent. Dat klonk leuk. Maar dat was het gemiddelde. De eerste paar kilometers waren redelijk vlak, maar daarna zou de boel met tien procent omhoog gaan. Dat is steil.

Kon ik dat wel? Wat als nou zou blijken dat ik na twee kilometer naar adem happend van mijn fiets zou donderen? Als zou blijken dat mijn lijf gewoon blokkeert wanneer de weg omhoog gaat? Ik had heus wel eens geklommen, maar dat was in Limburg of Vlaanderen, en daar ben je na twee kilometer altijd al lang weer van de klim af. Maar zo lang, kan ik dat wel? Als ik dit niet zou kunnen, zou ik die hele Tour for Life wel kunnen vergeten. Want Alpe d’Huez is een veel hogere berg. En de Madeleine ook.

Kortom: vandaag deed ik examen klimmen. Het was nu of nooit. Dood of Gladiolen. Erop of eronder.

Al snel zag ik vriend Tom bij me wegfietsen. ‘Veel pleziehier!’ gilde ik hem nog na. Mijn stem sloeg over.

En toen was ik alleen. Oké, De Jong. In je ritme komen. Als je hartslag te hoog komt, kun je altijd langzamer gaan fietsen. Denk aan al die mensen die de afgelopen dagen Alpe d’Huzes hebben gefietst. Al die mensen die misschien veel zwaarder en ongetrainder zijn dan jij, maar wel een paar keer die berg op fietsten voor het goede doel. Denk aan hen. Zij konden dat ook. Dan kan jij Rocacorba toch wel aan?

Oeh, de volgende kilometer is 10,5 procent, zie ik op een bordje langs de weg. Niet in paniek raken. Kijk, dat gaat best lekker. Even staan. En weer zitten. Goed duwen en trekken op de pedalen. Zie je wel. Alles komt goed.

En zo werkte ik me een weg naar boven. En bij elke kilometer die ik fietste, raakte ik minder in paniek. Zie je nou wel. Je komt altijd boven. Ook al hijg je als een paard en ga je zo langzaam dat de profs om je zouden lachen als ze je zo zouden zien.

Bovenop de berg hing mist. Het mooie uitzicht moesten we dus missen. Maar in mijn hoofd zag ik een veel mooier uitzicht: dat van al die bergen die ik in september ga beklimmen. Zonder paniek.