Viva Ongecensureerd: Troosteten

Mocht reïncarnatie bestaan, dan wil ik in mijn volgende leven graag terugkomen als een vrouw die bij stress niet kan eten. Of bij verdriet. Of bij boosheid. Zo’n vrouw die op een feestje zegt: ik neem alleen dit ene toastje en zich dan niet meteen automatisch heel erg zielig voelt. Zoals ik me voel als ik weer eens probeer te lijnen. Alsof me iets afgepakt wordt.

Voedsel is emotie
Ik heb geen gezonde relatie met eten. Dat is me inmiddels wel duidelijk. Voedsel is voor mij emotie en niet iets wat je gebruikt om het lijf draaiende te houden. Nee, eten moet lekker zijn, want eten moet troosten. Geen idee eigenlijk waarom ik zo vaak getroost moet worden, maar feit is dat ik blijkbaar heel vaak zelfmedelijden heb.

Knuffelen met een chocoladereep
Ik heb medelijden met mezelf als mijn partner weg is voor zijn werk. Want dan ben ik alleen en mag ik dus pizza eten en ’s avonds op de bank popcorn snacken. Ik heb ook medelijden met mezelf als ik kritiek krijg op mijn werk. Want dan ben ik niet goed genoeg. Troosteten doe ik dan met een donut of vier en een halve zak chips. Zelfs als ik op de weegschaal heb gestaan, mag ik daarna mezelf knuffelen met een chocoladereep. Onder het mom: dik ben ik toch al.

Afgevallen? Feest!
Is er geen reden om mezelf te troosten, dan is er wel een reden om iets te vieren. Vrijdagavond bijvoorbeeld is een uitstekende reden om kaasjes en worstjes te halen en die voor de tv op te smikkelen. Datzelfde geldt eigenlijk ook voor de zaterdag en de zondag. En als we hard gewerkt hebben, mogen we dan natuurlijk vieren bij de afhaalchinees. Ook als ik ben afgevallen is het feest. Want dan heb ik toch zeker wel dat nougatinetaartje verdiend?

Iedereen is slanker
En uiteindelijk haat ik mezelf. Ik haat het dat ik mezelf niet kan beheersen. Ik haat dat ik me constant schaam. Mijn vriendinnen zijn slanker, mijn familie is slanker, zelfs mijn moeder is slanker. Ik haat het dat ik overgewicht associeer met dom en nutteloos zijn, want zo zie ik dus mezelf. Als ik fantaseer over een nieuwe baan, denk ik meteen: alsof ik kans maak met dit lijf. En zo blijf ik in hetzelfde cirkeltje ronddraaien.

Steeds vaker heb ik troost nodig, want steeds minder dingen zijn nog leuk. Zoals shoppen, want niks staat me meer. Hoge hakken pas ik niet meer met mijn worstvoeten. Mijn trouwring ligt ook ongebruikt in de la: te dikke vingers. En het hele absurde van het verhaal is dat lijnen me pas lukt als ik lekker in mijn vel zit. Wat zo natuurlijk nooit gaat gebeuren. Ik kom namelijk alleen maar aan. En dus moet ik mezelf weer troosten.