Uitverkoop

uitverkoop

Als een troep voedselverzamelende mieren krioelen ze in winkelstraten; koopjesjagende mensen. Allemaal op zoek naar een fantastische deal en naar dat ene geniale kerstcadeau. En ik voel me steeds kleiner worden in deze mensenmassa en hap als een goudvis op het droge naar adem.

In een groot warenhuis kruipt een zweetdruppel tussen mijn billen. Rode vlekken sieren mijn borst, nek en inmiddels ook mijn klamme gezicht. Ik hoor hoe honderden stemmen door elkaar gaan. Overal zie ik mensen die zonder enige logica door elkaar lopen, achter elkaar lopen en vooral vóór mijn voeten lopen.

Na wat geploeter zie ik ineens het licht; een rode sticker en het mooie getal 50 springt in mijn linkeroog. In mijn hoofd klinkt een nummer van Andre Rieu en ik wals op het goed gevulde kledingrek af.

Van veraf zag het rek eruit als de hemel, nu ik er zo voor sta lijkt het meer op de hel. Een wirwar van hangers en een gevecht om ook maar iets in mijn maat te vinden.

Ik kan het niet, koopjesjagen. Ik zie dat ene hippe truitje of die fantastische designer heels niet. Ik zie één grote bende in iedere ondraagbare maat en ik ruik mijn mede-koopjesjagers, die net als ik, in te dikke winterjassen jagen op koopjes in een te warm warenhuis.

En als ik eindelijk, eindelijk iets gevonden heb, vind ik het of nog net te duur – volgende week is het vast nog goedkoper – of ik heb het helemaal niet nodig. En hoe koopziek ik ook ben – die crisis ligt echt niet aan mij – dan laat ik het gewoon liggen. En daarna… Daarna heb ik spijt.

©beeld: Shutterstock