Vaderskindje

geen

‘Ik lijk op mijn vader, maar dat trekt nog wel bij, zegt de dokter.’ Die zin prijkte op mijn eerste slabbetje. Ik heb geen idee van wie ik het heb gekregen, maar diegene had hem al vroeg geschoten. Ik ben een vaderskindje.

Gevalletje melkboer
Er zijn talloze momenten in mijn leven geweest waarop ik mij heb afgevraagd of ik misschien van de melkboer was. En dan met name in de puberteit. Maar tegen die tijd was ik oud genoeg om voor een gulden snoepjes te halen, wanneer de beste man voor ons huis langs reed en ook in hem herkende ik niets van mezelf.

Ik lijk steeds meer op jou
Met het verdwijnen van de puberteit verscheen mijn werkelijke identiteit. Langzaam herken ik mezelf steeds vaker in mijn ouders. Ik heb lang gedacht dat mijn moeder en ik alleen dezelfde schoenmaat deelden, maar sinds ik uit huis ben zie ik steeds vaker gelijkenissen. We vinden meestal dezelfde mensen leuk en delen een aversie tegen  onvrede.

Mijn vader en ik hebben dezelfde humor, we houden van dezelfde muziek, spreken vloeiend elkaars taal en we houden er vaak eenzelfde mening op na. Mensen schijnen meer op hun ouders te gaan lijken naarmate ze ouder worden en ik zie het gebeuren.

Waarom niet?
Afgelopen weekend logeerde ik een nachtje bij mijn ouders. Toen ik ‘s ochtends beneden kwam schonk mijn moeder een kop koffie voor me in. Toen even later mijn vader binnen kwam schonk hij een tweede kop voor me in.

‘Die koffie is al koud hoor’ zei mijn moeder.
‘Nou, dan warm ik hem wel even op in de magnetron’ zei mijn vader.
‘Waarom? Zet dan gewoon nieuwe koffie’ reageerde mijn moeder.
‘Waarom niet?’ was het antwoord van mijn vader.

Niet veel later stond mijn vader een tosti voor ons te bakken. Er was alleen geen ham meer.

‘Er is wel Zeeuws spek, dat doe ik er wel tussen’ was de oplossing van mijn vader.
‘Zeeuws spek? Op een tosti?’ vroeg mijn moeder.
‘Ja, waarom niet?’

Dat trekt niet meer bij

Ik moest lachen. Mijn vader oefende mijn levensmotto uit. Waarom niet? De tosti was heerlijk en de koffie was goed te drinken. Ik ben niet bang dat ik ooit nog per ongeluk op adoptiepapieren stuit, of dat een volslagen vreemde me komt vertellen dat ik na mijn geboorte verwisseld ben in het ziekenhuis. Ik lijk op mijn vader en ik denk niet dat dat nog bijtrekt. De dokter kan mij nog meer zeggen, maar ik ben blij dat het hier een verkeerde diagnose betreft. En ik heb daarvoor geen second opinion nodig.

© Beeld: privébezit