Verbaal incompetent

‘Lieve allemaal…’ Nee, dat slaat nergens op, het is geen bruiloft. ‘Hoi iedereen, ik ben Liset…’ Zo, hoi kazigste openingszin ooit. ‘Hé, wat leuk dat jullie er allemaal zijn…’ Nee, dan is het net alsof ik aanneem dat iedereen voor mij komt. Shit, ik moet straks tien minuten volpraten op een podium en het lukt me niet eens om de eerste zin uit mijn strot te krijgen.

Ongeschikt
Ik ben niet zo goed in speechen. Of om nog een tikkeltje eerlijker te zijn: ik ben niet zo goed in praten in het algemeen. Ik mag dan schrijfster zijn, maar het gesproken woord is mijn grootste vijand, vooral in het openbaar. Laat mij maar lekker opschrijven wat ik wil zeggen, dat werkt een stuk beter. Bovendien hoor je dan een stuk minder ‘eh’, ‘gewoon’ en ‘zeg maar’.

Wil je mijn cupmaat weten?
Momenteel ben ik me in het zweet aan het werken om een leuke insteek te vinden voor een ‘praatje’ dat ik moet houden. Met vriendinnen ben ik heel goed in praatjes, babbels en geklets, maar zet me voor een zaal vol mensen neer en ik klap dicht. Ik stotter, haper en sla over. Als ik echt in paniekmodus ga, flap ik er ineens allerlei dingen uit die níemand hoeft te weten.

Zo heb ik eens tijdens een aanbiedingsvergadering van mijn uitgeverij aan alle belangrijke boekhandelaren uit Nederland en België mijn cupmaat verteld. Ik weet niet eens meer waarom, ik weet alleen nog dat ik op het moment zelf al dacht: ‘Hier ga je heel veel spijt van krijgen, Lis.’ Als ik niet oplet, komen er de raarste dingen uit mijn mond. In de Bijenkorf heb ik laatst een man over zijn buik geaaid omdat ik zijn trui zo mooi vond. Toen hij beleefd vroeg wat ik aan het doen was, schrok ik me een hoedje en stamelde ik: ‘O, sorry! Ik dacht dat u een paspop was.’ (Wat ik trouwens echt dacht. Hij stond heel stil.)

Plankenkoorts
Waar ik ook goed in ben is hetgeen wat ik wil zeggen tot in den treure voorbereiden, om het op het moment suprême compleet te verneuken. Zo wist vlak voor de boekpresentatie van Verkikkerd precies wat ik ging vertellen en wie ik ging bedanken. Niets kon dat nog verpesten. Alleen wist ik niet meer wat ik ook alweer ging zeggen zodra ik de microfoon in mijn hand gedrukt kreeg. Mijn ademhaling versnelde en mijn hart bonsde in mijn keel, waardoor ik de hele tijd midden in een zin naar adem moest happen. De microfoon glibberde bijna uit mijn bezwete handen. ‘Doe normaal, dit zijn allemaal mensen die je kent,’ sprak ik mezelf inwendig streng toe. Maar het hielp niets; ik begon per ongeluk met het einde van mijn speech, deed nog een poging om bij het begin te beginnen en gaf het toen op en ging een beetje freewheelen. Gratis tip van mij: ga nooit freewheelen.

Praatapathisch
De tekst oplezen van een blaadje vind ik laf, maar de tijd begint te dringen en het lijkt erop dat ik straks toch echt mijn printer aan ga zetten, om mijn netjes verwoorde praatje gewoon op te lezen. Dan loop ik tenminste niet het risico dat ik aan het improviseren sla. Mocht je er de volgende keer bij zijn als ik gevraagd word om ergens een praatje te houden, herinner me er dan vriendelijk doch dringend aan dat ik een complete debiel ben op verbaal gebied, oké? Alvast bedankt.