De verkrachting in het Rembrandtpark

‘In het Rembrandtpark is afgelopen zaterdag een vrouw verkracht. Een andere vrouw werd beroofd, vermoedelijk door dezelfde man. De politie is dringend op zoek naar getuigen.’ stond in het Parool.

Sinds februari woon ik aan het Rembrandtpark. Een heerlijk stuk groen aan de rand van Amsterdam, met exotische halsbandparkieten die op mijn balkon pinda’s komen halen. Als ik op een drukke dag over de boomtoppen kijk word ik vanzelf rustig. Ik laat mijn kinderen spelen in het huttenbouwdorp aan de voet van onze flat, fiets dagelijks door de glooiende grasvelden om ze naar school te brengen. En ik ren er ’s morgens graag een rondje. Het park is van iedereen, maar het voelt ook een beetje als mijn achtertuin.

Hoe kom je erbij?
Nu is mijn achtertuin bezoedeld door een gek die het nodig vond om zes uur ’s morgens een vrouw te beroven. Hoe kom je er bij om zoiets te doen? Had ie gesnoven, was ie dronken, of geschift? Misschien had zij wel nachtdienst gehad of was ze juist op weg naar haar werk. Ik stel me zo voor dat ze liep te genieten van de eerste zonnestralen en de wilde konijntjes die zich op dat tijdstip nog durven laten zien. En dat toen haar tas met geweld uit haar handen gerukt werd. Of misschien is ze wel van haar fiets getrokken en herinneren de schaafwonden op haar benen aan wat haar vorig weekend is overkomen. Wat moet ze geschrokken zijn.

Ik ben razend
Daarna is is die klootzak waarschijnlijk rustig op een bankje gaan zitten wachten op een volgend slachtoffer. Tweeënhalf uur lang. Tot er een vrouw besloot om een rondje te gaan joggen. Iets wat ik ook vaak doe rond die tijd, in mijn eigen achtertuin, op klaarlichte dag. Als ik nu uitkijk over de boomtoppen voel ik geen rust meer, ik voel me onveilig en dat maakt me razend.

Scenario’s oefenen
Ik moet er wat mee, en bel mijn vriendin C. om me aan te melden voor haar cursus weerbaarheid. Niet dat ik de illusie heb dat ik daarmee een verkrachting of beroving kan voorkomen, maar ik kan er wel voor zorgen dat ik zo goed mogelijk voorbereid ben. Ik ga alle mogelijke scenario’s met haar uitwerken en alle verdedigingstrucjes (tot bloedens toe bijten, gezicht open krabben, keihard schreeuwen, zand in ogen gooien) oefenen tot ik ze kan dromen.

Maar nu ga ik eerst het politiebericht ophangen in de liften van alle flats rond het park. Die klootzak moet gevonden worden. Ik ga mijn achtertuin heroveren.