Verslaafd aan woordgrapjes

‘Hé Lis, wat zou je ervan zeggen in 2014 wat minder woordgrapjes te maken?’ Hij brengt het als grapje, maar het is natuurlijk gewoon een oprechte wens. Als íémand op deze aardkloot te lijden heeft onder mijn wanstaltige gevoel voor humor is het Lau wel. Vanaf het moment dat ik ’s ochtends mijn ogen opendoe ben ik in mijn eentje een wandelende aflevering van Geer en Goor.

Kakkedoris
Oké, minder boeren, scheten en geklaag, maar vooral veel woordgrapjes. Hele slechte woordgrapjes, mag ik daar wel aan toevoegen, voor het geval je nog dacht dat ik er dagelijks een aantal verbale pareltjes uitpers. Voeg daar nog mijn fascinatie voor vieze grapjes aan toe en je hebt een aardig beeld van wat bij mij onder de noemer ‘leuk’ valt. Het liefst een combinatie van die twee. Ik vrees dat de oorsprong hiervan ligt bij een mop die mijn opa me ooit verteld heeft, over de Kakkedoris. (Lang verhaal kort: Man poept in het bos, boswachter komt langs en man verstopt zijn drol snel onder zijn pet. Hij vertelt de achterdochtige boswachter dat er een zeldzame vogel onder zit; een Kakkedoris. De boswachter grijpt onder de pet en zegt dan plechtig: ‘Nou, de kak heb ik, maar Doris is nergens te vinden.’ – Gegierd heb ik, tot ik pijn in mijn buik had.)

Driving home for shitmas
Ik geloof dat ik de enige in Nederland was die de Serious Request-slogan “let’s clean this shit up” dit jaar grappig vond (voor wie onder een steen heeft geleefd: het goede doel was voorkomen dat mensen in de Derde Wereld sterven aan diarree). Nou ja, misschien dat Giel Beelen ook in mijn team zit, maar ik weet niet hoe trots ik daarop moet zijn. In ieder geval waren alle dj’s het erover eens dat het meisje dat Driving Home For Christmas van Chris DiarRhea aanvroeg behoorlijk geniaal was.

Doltriest
In de supermarkt vraag ik met een brede grijns: ‘Weet je zeker dat dit een winterpeen-is?’ – en dat vind ik dan heel grappig. Ik kende ook ooit een Saskia die in een Kia reed. Het autootje werd spontaan omgedoopt tot de Sas-Kia (raad eens wie dat bedacht had? Ik geef je een hint: het was dezelfde draak die iedere keer de slappe lach kreeg als het gezegd werd). De meervoudsvorm van ‘gerbil’ is wat mij betreft ‘gerbillen’ en als ik meer dan één Subaru zie, zijn het Sibari. Mijn vriendin Marije is altijd BOB omdat het antwoord op ‘rij jij?’ standaard is: ‘Nee, ik laat Marije.’ Het duurde een tijdje voordat mijn vroegere klasgenoot Benjamin doorhad waarom ik hem Wasneeplus noemde. O, en ik was de enige die nog heel lang heeft moeten lachen om het DWDD-iaanse ‘kijk eens aan-us’.

Viesette
Tot zover is het misschien nog leuk (wie houd ik voor de gek?), maar het wordt pas echt irritant als je beseft dat woordgrapjes in mijn systeem gebakken zitten. Ik moet ze maken. Altijd. Overal. Het gaat automatisch. Mijn hoofd maakt bij iedere zin meteen de balans op: kan ik dit ombuigen tot een slecht grapje? Het antwoord is meestal ‘ja’. Wonder boven wonder weet ik me vaak in te houden, maar op de slechtste momenten vertoont mijn innerlijke filter ineens mankementen. Zo heb ik eens tegen de moeder van een vriendin gezegd: ‘Doe je altijd zo vaag, Ina?’

Nadat mijn broertje Sven met zijn fiets uit de bocht vloog en in de berm belandde, heb ik hem een tijdje Zwenk genoemd. O, en ik noem mijn zusje vaak Marpies (gewoon omdat het kan). Maar ze pakt mij altijd netjes terug, hoor. Piesette klinkt namelijk nog veel leuker.

Foto: William Warby