Vieze jeugdliefde…

Vorige week heb ik niet geblogd in verband met een bizarre deadlineweek omdat ander freelancend Nederland op vakantie lijkt te zijn. Financieel fantastisch dat ik de kans krijg om al die klussen op te vangen, zeker in deze tijd, maar qua gezin en gezondheid iets minder. ‘Als ik nu op maandagochtend…dan kan ik in de middag werken aan…en als ik dan die andere deadline verschuif naar ’s avonds en dan de wekker zet om…dan douchen en eten inplannen om…’ en dat zo’n beetje anderhalve week lang.

Met rust laten
Mijn omgeving weet inmiddels wel wanneer ze me eventjes moeten laten. Het is niet bewust bedacht, maar wel zo ontstaan: tijdens een periode van hele heftige deadlines sla ik het scheren even over. Tweeledig: mijn uiterlijk reflecteert hoe ik me van binnen voel en mijn omgeving weet precies hoe laat het is en laat me eventjes met rust. Een kameleon heeft schutkleuren, een egel heeft stekels, ik heb dit. Wanneer ik mijn laatste deadline dan heb gehaald en de stress als een blok van mijn schouders valt is het tijd om te scheren. Dat voelt als een ritueel, alsof ik met dat mes niet alleen een baard verwijder, maar alles dat ik in de dagen daarvoor verkeerd heb gedaan, alsof zo de stress, hoppa, in de goot verdwijnt (was het maar zo eenvoudig he).

Axe-award
Gelukkig duren die periodes nooit veel langer dan een week, ik ga uiteraard niet als ZZ Top door het leven. Het is echter ook geen uiterlijk waarmee ik op m’n gemakje door de Albert Heijn loop. Toch moest dat afgelopen vrijdag onverwacht, want Matthijs z’n melkpoeder was nagenoeg op en dankzij een klassieke miscommunicatie (‘er is nog een pak, nee hoor, dat heb ik vorige week al gepakt, oh waarom zeg je dat niet even’) moest ik even een nieuwe halen. ‘Kan ik zo wel de deur uit?’ vroeg ik aan M. ‘Ja joh, zo erg is het nog niet’. ‘Weet je het zeker?’ vroeg ik, me bewust van het feit dat ik met 35 graden een hele dag op mijn snikhete zolderkamer had zitten tikken, waarschijnlijk niet in aanmerking kwam voor de Axe-award 2013, en het liefst eerst even onder de douche was gesprongen. ‘Joh, het is prima, ga nou maar, doe desnoods even een deootje!’. Ze had gelijk, de winkel ging bijna dicht, er was geen tijd meer en het risico dat Matthijs die nacht voor een fles zou komen zonder melkpoeder in huis wilde ik niet nemen.

Vies
Onderweg naar de supermarkt had ik al spijt. Ik voelde me niet fijn, ik voelde me niet fris. Ik had het gevoel dat iedereen van tien kilometer afstand kon ruiken dat ik de hele dag op mijn zolderkamer had zitten bakken en daarom keek iedereen ook om. Het was niet zo, maar het voelde zo en wat je voelt dat straal je uit. Ik hoopte oprecht dat ik niemand zou tegenkomen die ik kende.

Tegen de tijd dat ik bij de supermarkt was gearriveerd, was mijn zelfbeeld flink geradicaliseerd in gedachten. Mijn baardje van 9 dagen was veranderd in stukken vlasdraad van zes meter, ik woog 900 kilo, met een Batman-shirt dat veel te strak om mijn rollen was gespannen, en omdat ik vier jaar en zestien dagen niet had gedoucht rook ik naar rottend draadjesvlees. Zo voelde ik me, dus dat straalde ik uit. En uiteraard kwam ik in de supermarkt Joyce tegen, een meisje (inmiddels vrouw) waarop ik een jaar of acht stapelverliefd ben geweest, dat ik al zeven jaar niet had gezien en die er vandaag uiteraard piekfijn uitzag.

Rennen
‘Hey, hoe gaat het met jou?’ zei ze spontaan, al duurde het even voor ze me herkende onder het Michelin-pak dat ik droeg. ‘Ja – ik heb een baard van zes meter – goed hoor – ik ruik naar bedorven aardbeien – , z’n gangetje – ik weeg 1400 kilo – met jou?’. Uiteraard werd de helft van die zin hardop uitgesproken, de andere helft voegden m’n hersenen en onzekerheid toe. Ik wist niet hoe snel ik naar het melkpoeder moest rennen en huiswaarts moest keren.

Ik ben getrouwd en heb twee kinderen, technisch gezien moet het me natuurlijk geen drol meer uitmaken wat een oude vlam van me denkt. Technisch gezien moet het me niet kunnen schelen dat zij nu misschien denkt dat ik altijd zo door het leven ga en dat ik een aan lager wal geraakte zwerver ben geworden. Technisch gezien zou ik dat allemaal achter me moeten laten, omdat het er niet meer toe doet, en M, die mijn liefde wél beantwoordde, weet hoe het echt zit.

Dus dat is wat ik doe, ik laat het achter me, ik vergeet het, ik denk er niet meer aan. En ik ga er vooral geen blog over schrijven omdat ik hoop dat ze die dan stiekem leest. Want zo ben ik niet.

Beeld: doglikehorse / 123RF Stockfoto