Vliegangst en vreetbuien

Oh, wat heerlijk! We mogen nog een weekje weg in december. Aangezien ik volgend jaar weer eens ga bevallen, zal een zomervakantie er niet in zitten. Daarom besloten we spontaan nu nog even te gaan. Morgen vertrekken we. Gelukkig geeft dat helemaal geen stress. Nee, hier gaat alles zen. Ha. Ha. Ha. Ja, niet dus.

Mijn man heeft al aan onze kinderen uitgelegd dat ‘mama niet helemaal zichzelf is’. Iedereen loopt op z’n tenen door het huis. Mama is inderdaad niet zichzelf. Mama heeft last van ongelooflijk rondstuitende hormonen. Mama bijt ineens nagels en blaast in zakjes. Heel fijn ja.

Iedere vakantie is het hetzelfde liedje. Ik pak de koffers in. En uit. En weer in. Want de eerste keer leg ik altijd te veel klaar. Dan besluit ik een strenge selectie te maken, die vervolgens weer te streng is en uiteindelijk neem ik toch altijd weer te veel mee. Let wel: voor mezelf én de kinderen. We hebben vrienden die met één koffer reizen. En ja, die hebben ook kinderen. Ik snap daar helemaal niks van. Nou ja, misschien heeft hun kind geen last van exploderende poepluiers, zoals die van ons, waardoor ik alleen al op de heenreis drie kledingsetjes nodig heb.

Daarnaast ben ik gewoon een ijdeltuit. Zo vaak kun je die zomerkleren hier nu ook weer niet aan. Op vakantie wil ik er gewoon leuk uitzien. Ik red het niet met twee shirts en een broek. Nee, ik wil een jurkje en een jasje en een leuke sjaal met bijpassende schoenen. Zeker nu ik weer zwanger ben (voor de laatste keer, hoop ik), wil ik optimaal profiteren van mijn (bij mijn vorige zwangerschap) aangeschafte positiejurkjes. Als het hier eenmaal voorjaar is, ben ik waarschijnlijk zo dik dat ik alleen nog maar in dekbedhoezen pas.

Of… in het voorjaar, waarschijnlijk al na deze vakantie. Ik ben namelijk ook een héél klein beetje bang voor vliegen. Ik heb een te levendige fantasie, zeg ik altijd maar. Zoals ik mijn kinderen zonder vleugeltjes in het zwembad zie vallen, zo zie ik ook het vliegtuig neerstorten (of er komt een tsunami als wij net op het strand zitten… en ja we zijn gewoon in Europa, maar dit terzijde). Echter: heel pedagogisch is het niet om dat te laten merken aan mijn bloedjes van kinderen, dus snaai ik. Het is echt de enige remedie om een vlucht psychisch te overleven: eten, eten en nog eens eten. Ik begin met snoep, want daar kun je in korte tijd toch best veel van eten, met bijkomend voordeel dat je oren openblijven tijdens het opstijgen. Daarna komen de broodjes, gevolgd door nog wat chips en crackers. Ja, het is schandalig. Man GL heeft één keer de fout gemaakt (in de TGV naar Parijs, ja, inderdaad, ik vlóóg niet eens!) te zeggen, nadat ik zijn bord ook leeg had gegeten: ‘Zo word je wel dik ja.’ Romantisch weekend: exit. Nu zegt hij niks en kijkt hij slechts met verbazing.

Als we wat psychologie van de koude grond toepassen is het natuurlijk duidelijk: ik wil overal zelf controle over houden. Dus moeten de koffers perfect zijn ingepakt en neem ik voor de zekerheid ook een medicijn tegen waterpokken mee, ook al heeft geen van mijn kinderen het (AFKLOPPEN!). Ook sjouw ik pap en potjes mee, want in Spanje is er inderdaad geen babyvoedsel te vinden, zucht… Over de vlucht heb ik ook geen controle, dus zweet ik peentjes.

Ach, het is nog maar 36 uur afzien voor mijn gezin en dan kunnen we zes dagen genieten. Pas op de zevende dag moeten de koffers wederom ingepakt worden…