Voortplantingsdrang

Mijn man GL en ik zeiden nooit nooit. Dat was alom bekend. Onze vrienden wisten best dat wij allebei nog niet verzadigd waren. Na twee kinderen zou er best nog een derde bij kunnen. GL zei dat hij nog genoeg liefde in zijn hart had. En mijn buik was toch al opgerekt, dus ja…. veel zou er niet gaan veranderen.

Na de geboorte van A1 had ik er anderhalf jaar voor nodig om te herstellen. Lichamelijk had mijn stuitje nogal een klap opgelopen en geestelijk was ik het behoorlijk kwijt. De hormonen die me tijdens de zwangerschap al in een behoorlijk enge feeks hadden veranderd, raakte ik na de geboorte niet helemaal kwijt. Het kostte me na dat anderhalf jaar, nog eens een jaar om beschadigde vriendschappen weer in ere te herstellen, zo erg was het met me gesteld. Ik kon alleen maar huilen of gillen. Daardoor was het een wonder dat A1 een rustige baby was.

Nadat A2 zich aankondigde, bleek ik beter om te kunnen gaan met de onzekerheid van een zwangerschap. Bij de jongste werd ik tenslotte geen moeder, dat was ik al. Zodoende voelde ik me drie maanden na de geboorte alweer mezelf. En was ik best toe aan nummer drie. Gelukkig was ik ook van mening dat een lijf een jaar nodig heeft om te herstellen (en weer op gewicht te komen, in mijn geval). We deden het dus rustig aan en vooral erg veilig.

Al veel te snel was dat jaar voorbij. In plaats van werkloos thuis te zitten, had ik ineens werk. Mijn hoofd zat vol met het regelen van kinderopvang, creatieve ideeën voor mijn blog, het realiseren van een werkkamer (vooral in mijn hoofd) en het verzamelen van allerlei informatie voor mijn snel op te zetten tekstbedrijfje.

Voordat ik het wist zat ik tussen het UWV en de belastingdienst in, die beide nogal uiteenlopende ideeën hadden over mijn werkzaamheden. Nu zwanger raken was dus nicht in Frage. Niet gewenst ook. Niet handig. Niet slim. Dus waarom ik dan toch met een ovulatietest in de weer ging en het vrolijke plusje liet zien aan Neanderthaler GL, die zich meteen gedwongen voelde zich voort te planten, is me een raadsel.

Gelukkig werden we meteen na die ene keer weer in beslag genomen door de dagelijkse beslommeringen. Er was ook geen teken aan de wand. Waar ik bij A2 al aan het overgeven was, voordat ik überhaupt een test kon doen, voelde ik me nu prima. Ja, ik had het koud en ik was moe, maar verder voelde ik me gewoon mezelf. Gelukkig maar, want we kregen het drukker dan ooit. Voor de zekerheid deed ik maar een test. Die was negatief. Opgelucht haalde ik adem. Een derde was echt wel gewenst, alleen niet nu.

Maar vanochtend mocht ik uitslapen. En lag ik wakker met een naar gevoel. Een naar gevoel dat steeds bekender werd. Ik was misselijk. Het was ochtend en ik was misselijk. Klokslag 9.00 uur stond ik voor de deur van de drogist om weer een test te halen. Het zou toch niet…?