Blog Martin: Een vriend in nood…

vriend in nood

Een vriend van me stuurde me gisteren nogal een paniekerig berichtje. Hij wilde weten of hij langs kon komen om te praten. Ik houd nogal van praten, dus ik stemde toe. Hij is de soort vriend die je niet regelmatig spreekt, maar als je elkaar spreekt, dan klikt het enorm en druk je elkaar op het hart dat ‘je echt veel vaker zou moeten afspreken.’ Maar dat gebeurt nooit. De soort vriend waarvan je weet dat hij ooit een cruciale rol gaat spelen in je leven, alleen je weet nog niet wanneer, niet hoe en niet waarom. Nog voordat hij de drempel over liep wist ik: dit gaat om geld. Ik heb er een hekel aan als dat gebeurt, omdat ik pijnlijke lessen heb geleerd als het gaat om geldzaken i.c.m. familie/vrienden en veel mensen ben kwijtgeraakt in een poging om hen te helpen. ‘Ik ga hem niets lenen’,  prentte ik mezelf in voordat ik de deur opende. ‘Ik zal hem steunen, ik zal luisteren, hem een schouder bieden, hem hulp aanbieden, maar geen geld. Geld helpt bijna nooit’.

Hij wist niet waar hij moest beginnen. Hij vertelde me allerlei dingen die ik al wist. Dat hij z’n baan was kwijtgeraakt, maar dat hij het prima wist te rooien. Dat hij probeerde om z’n maandlasten wat te drukken. Ik luisterde aandachtig, met die ene gedachte in m’n achterhoofd: ‘Ik ga hem niets lenen. Het lost niets op en verwoest waarschijnlijk onze vriendschap op manieren die ik nu nog niet kan voorzien’. Hij vertelde me dat hij z’n auto had ingeruild voor een kleiner exemplaar, hetgeen z’n maandlast flink zou drukken. Dat hij trots was op het feit dat hem dat was gelukt. Ik luisterde, terwijl ik wachtte op die onvermijdelijke vraag.

Ik kon hem moeilijk volgen, de woorden die hij sprak weerspiegelden de chaos in zijn hoofd. Het bracht me in de war, want dit was een man die ik altijd heb gekend als iemand die alles onder controle had, wát er ook gebeurde. Dat was nu duidelijk anders. Uiteindelijk kwam de aap uit de mouw en vertelde hij me dat hij gisteren een flink bedrag had gepind om (morgen) op vakantie te kunnen gaan met zijn dochter. Het zou waarschijnlijk de laatste vader/dochtervakantie zijn, want hij was niet langer de enige man in haar leven en daarnaast was hij onzeker over z’n financiële toekomst. Hij begon te huilen toen hij M en mij vertelde dat hij z’n kleine meisje aan de telefoon had moeten vertellen dat ze niet op vakantie zouden gaan. Omdat hij de envelop was kwijtgeraakt. Het had in zijn tas moeten zitten, maar daar was het niet. Het was weg. Zijn geld, zijn vakantie, zijn belofte.

En de vraag die hij moest stellen, stelde hij niet..

Ik vroeg hem hoeveel hij nodig had om ten minste een beetje comfortabel op vakantie te kunnen. Nog voordat hij antwoordde, wist ik dat het bedrag dat hij zou noemen, precies het bedrag zou zijn dat ik in mijn portemonnee had zitten. Een bedrag dat ik normaliter nooit bij me zou dragen, ware het niet dat ik eerder die dag had gepind, omdat M en ik hadden besloten dat we geld in huis moesten hebben voor onverwachte gebeurtenissen. Ik hoefde M niet eens aan te kijken om te weten dat er maar één ding was dat ik kon doen. Ik stond op, pakte het geld uit m’n portemonnee en gaf het aan hem. Ik zag z’n hart tegenstribbelen, terwijl z’n hersenen het geld accepteerden. Hij wilde het niet. Hij wilde het niet nodig hebben, maar dat had hij wel. En omdat we daarna even geen idee hadden hoe we elkaar aan moesten kijken, volgde er een hele stoere omhelzing.

Een deel van me vroeg zich af of ik dit geld ooit nog terug zou zien, geld waar ik de afgelopen maanden keihard voor heb gespaard. Een ander deel van me kon dat niets schelen, aangezien ik het liever uitgaf aan zijn zekere vakantie, dan aan onze ‘mogelijke’ onverwachte gebeurtenissen (al realiseerde ik me toen nog niet dat dit precies zo’n gebeurtenis was, alleen niet de onze).  Het was niet het zielige verhaal en de tranen die me hadden overtuigd. Het was de reactie van zijn dochter toen hij haar vertelde dat de vakantie niet door zou gaan. Ze had kunnen reageren als een verwend nest, maar haar eerste reactie nadat een langverwachte vakantie van twee weken zojuist in rook was opgegaan, was: ‘Maar pap, dat geeft toch niet.  Het is ok. Gaat het wel goed met je?’ Een man die zo’n dochter opvoedt, is een man die áltijd op mijn steun kan rekenen.

Maar het echte wonder? Nadat hij was gekalmeerd en we nog wat na zaten te praten, ging z’n telefoon. De envelop was gevonden! Die blik van vreugde en dankbaarheid in z’n ogen vergeet ik nooit meer. De envelop was gevonden en er was geen cent verdwenen. Met een grote glimlach gaf hij me m’n geld terug, terwijl hij zich probeerde te realiseren wat er zojuist was gebeurd. Op bizarre wijze was een dramatische situatie veranderd in een situatie waarin hij dankbaar kon zijn. Niet alleen omdat hij z’n ei kwijt had gekund en omdat hij had geleerd dat als de nood écht aan de man was, hij er niet alleen voor stond, maar vooral ook omdat het leven had bewezen dat mensen soms echt nog wel te vertrouwen zijn, zélfs als ze een envelop vol geld vinden. Het had zijn wereld deels geheeld. En de mijne ook, omdat het me leerde dat, hoezeer ik ook getekend ben door ellendige ervaringen uit het verleden, ik nog steeds in staat ben om dat éne te doen wat ons mens maakt wanneer dat echt nodig blijkt te zijn: helpen.

Een vriend van me stuurde me gisteren nogal een paniekerig berichtje. Hij is de soort waarvan je weet dat hij ooit een cruciale rol gaat spelen in je leven, alleen je weet nog niet wanneer, niet hoe en niet waarom.

Tot vandaag.

Beeld: feedough / 123RF Stockfoto