Vrienden voor het leven

Er is er één die onophoudelijk loopt te janken omdat ze ongesteld is, de ander boert als een vent. De meest vrouwelijke heeft de breedste schouders en nog één is een vent. En die drinkt zoete witte wijn terwijl hij zich ondertussen meer zorgen maakt over een paar grijze haren dan de gemiddelde vrouw over haar figuur.

Op elkaar aangewezen
Mijn vriend(inn)en ken ik al vanaf de basisschool. Omdat we uit een klein Drents dorp komen waren we meer op elkaar aangewezen dan dat we elkaar hebben uitgezocht. Inmiddels wonen we in respectievelijk alle uithoeken van het land, maar zijn nog steeds onafscheidelijk. Waren we ooit op elkaar aangewezen, zo lijken we nu op één of andere manier tot elkaar verdoemd. In goede zin.

Zij streek haar ondergoed, ik mijn arm
Afgelopen jaar heb ik een huis gedeeld met onze oudste. In groep acht moesten we niets van elkaar weten. Zij vond me stom, ik vond haar saai. We leken in geen enkel aspect op elkaar en nog steeds is het contrast groot. Zij is orde, ik ben chaos. Op het toilet lag ons ‘toiletboek’, voor een boodschap met een boodschap, laten we maar zeggen. Ik schreef ooit: ‘Ze zegt dat het huis aan kant moet omdat onze moeders komen. Ik heb net stof gezogen en ik vind dat het huis daarmee aan kant is.’ Zij schreef: ‘Schoonmaakmiddag, alles ruikt weer lentefris en lavendel.’ Zij streek zelfs haar ondergoed, ik streek mijn arm. (Dat laatste valt onder ‘huishoudelijke ongelukjes’) Het was een bijzonder huishouden, maar we hebben elkaar nooit de hersens ingeslagen. Integendeel.

De westerlinge
Naast mijn ex-huisgenootje is er onze westerlinge. Een beetje vreemd, een beetje anders, maar we zijn aan haar gehecht geraakt. In groep acht verhuisde ze van het westen van het land naar hier. Een cultuurshock, maar tegenwoordig gedijd ze wel op het platteland. Althans, ze heeft het afgelopen jaar doorgebracht in Marokko, Thailand, Cambodja en ons dorp. Ze studeerde Nederlands aan de universiteit, maar leerde Arabisch in haar vrije tijd. Mij leek het verschil tussen de ‘rollende r’ en die van hier al een niet te overbruggen taalverschil.

Ik wil alleen maar schnitzel
Haar tegenpool is de jongste van het stel. Waar de westerlinge haar talen spreekt en reist waar ze kan, zo woont deze vriendin nog steeds in de buurt. Haar Engels is betreurenswaardig te noemen en ze lust alleen maar schnitzels met patat. Ik kan me nog herinneren dat iemand haar eten bestelde in het buitenland. Ze kon immers geen Engels. Ze riep: ‘Vegetables? Wat is dat? Dat wil ik niet hoor, alleen schnitzel!’, nadat iemand de ober duidelijk probeerde te maken dat mevrouw geen ‘vegetables’ duldde.

Ze zeggen weleens: ‘Vrienden kies je uit, familie niet’. Dit was in mijn geval dus niet helemaal zo. We zijn een bijzonder stel samen, met al onze tegenstrijdigheden. En ik hoop dat het gedoemd is om te blijven.

© Beeld: privébezit