Blog Martin: Waar je in gelooft…

Een maand geleden schreef ik een blog over een huurder, die ik niet op straat wilde zetten omdat ik hem niet wilde behandelen zoals  ik ooit behandeld ben toen ik het financieel moeilijk had. Twee weken geleden schreef ik een blog over een vriend in financiële nood, die ik in eerste instantie niet wilde helpen. En dit weekend kwam alles samen in een spetterende finale.

Geen bewijs nodig
De vriend in nood van twee weken geleden zocht naar een goedkoper huisje. Ik zat met een niet-betalende huurder, en zo werd er een connectie gemaakt. Ik begon namelijk zo langzamerhand het gevoel te krijgen dat de huurder me inmiddels gezellig aan het lijntje hield, en daar houdt mijn flexibiliteit wel een beetje op. Ik stelde de proef op de som, confronteerde de beste man met mijn gedachten, en zijn reactie sprak boekdelen. Hij heeft me de afgelopen maanden keihard gebruikt, en ongetwijfeld hard in z’n vuistje gelachen om m’n geduld. Die kans zat er natuurlijk in, al vond ik het wel jammer. Het verandert niets aan hoe ik de wereld zie. Als je ergens in gelooft, heb je geen bewijs nodig, en ik geloof oprecht dat er goede mensen zijn, en dat wat ik deed, bij een ander wél goed had uitgepakt.

Met in m’n achterhoofd een stukje woede, én de wetenschap dat ik vriend T een huis kon bieden dat goedkoper was dan het zijne, vond ik de kracht en de moed om de huurder duidelijk te maken dat hij het huis halverwege deze maand moet verlaten. Vriend T lichtte zijn verhuurder in, maar die meldde dat hij een opzegtermijn had van twee maanden en dan zou hij dus pas 1 november in mijn huis trekken. Balen, nóg twee maanden zonder huurinkomsten.

Geduld
Had ik het dan allemaal verkeerd gedaan? Ik was er nog niet zeker van. Geduld. En dat geduld werd beloond. De verhuurder van T wilde hem niet laten gaan, en vroeg hem wat hij kon missen. Hij noemde het bedrag dat hij bij mij zou gaan betalen. Na twee dagen tandenknarsen ging z’n verhuurder akkoord. Bam, 225 euro van de huurprijs af. Vriend T voelde zich schuldig, immers, door hem had ik mijn huurder het huis uit gesommeerd en dat was nu nog eens voor niets ook.

Ik zag dat anders. Het was vriend T die, door het incident met de verloren geldenvelop, bij me op de koffie kwam, waardoor we aan de praat raakten over de huur. De envelop werd teruggevonden, dus leek het op het eerste gezicht een nutteloze gebeurtenis. Echter, omdat vriend T het huis in wilde, vond ik de kracht en de moed om mijn huurder, die keihard een loopje met me nam, de deur te wijzen. Iets dat ik anders niet had gekund, ik ben niet zo’n held. En nu puntje bij paaltje komt, gaat T niet het huis in, want hij betaalt een klap minder huur aan zijn eigen huis, zonder ook maar een meubelstuk te hoeven verplaatsen. En ik? Ik bel morgen de makelaar, die vóór 1 september nog een huurder voor me heeft, zoals altijd, waardoor ik niet tot 1 november hoef te wachten.

Toeval? No way!
Het gaat me soms een beetje duizelen als ik denk aan alle krachten die aan het werk zijn om deze situatie te realiseren. Ik had het er dit weekend over met vriendin H, tijdens zes wijntjes teveel om het te vieren. Er zijn zoveel toevalligheden voor nodig om dit te laten gebeuren, T die z’n geld kwijtraakt, ik die die dag net gepind had, T die begint over de huur, ik die komt met een voorstel, T die ineens huurkorting krijgt, maar mij in de tussentijd al de kracht had gegeven om te doen wat ik moest doen. Ik vroeg H: ‘Ik vind het prachtig om te geloven, maar wat als het gewoon écht allemaal toeval is. Wát als ik mijn geloof leg in iets dat gewoon willekeur is?’ H keek me aan, dacht even na en zei toen resoluut: ‘Maakt dat wat uit? Alles heeft een fantastische wending genomen. Als jij gelooft dat dat het resultaat is van een kosmische samenloop van omstandigheden, dan is dat zo. Het is jouw wereld.’

En gelijk heeft ze. Misschien is het allemaal onzin, misschien is het allemaal toeval. Maar ik geloof van niet, en dat leidt tot fantastische dingen. Dat is de wereld waar ik in geloof. Waar ik in wíl geloven. En dat maakt dat hij bestaat.