Wekkersmoesjes

Vroeg uit de veren is niet altijd makkelijk. Zeker niet op maandag.

Ik heb eigenlijk nooit echt veel problemen gehad met uit bed komen. Je zet een wekker, je gaat rechtop zitten en dat is het, eigenlijk heel eenvoudig. Maar naarmate ik ouder word (en dan ben ik dus nog maar 34) blijkt het trucje steeds lastiger en raak ik steeds bedrevener in het verzinnen van nieuwe manieren om in bed te blijven liggen.

Door je wekker heenslapen of hem onbewust uitdrukken, heb ik nooit echt een excuus gevonden. Als je standaard door je wekker heenslaapt, zet je een tweede. Slaap je daar nog doorheen, dan zet je je wekker wat verder van je bed.  Dat waren dingen die vroeger heel eenvoudig klonken, maar tegenwoordig werkt die theorie toch iets lastiger.

Trucagewekker
Het meest irritant vind ik de trucagewekker. Je wekker gaat, je doet je ogen open en het is 6 uur. Je doet heel even je ogen dicht om rustig wakker te worden (fantastische theorie), doet ze weer open, 2 over zes. Je doet het nog een keertje: hoppa half negen! Als ik merk dat ik een periode heb dat ik wat lastiger uit m’n nest kom, zet ik inderdaad meerdere wekkers. Maar ook dat werkt niet meer zo goed, want zodra de eerste gaat, weet ik: no worries man (op z’n Jamaicaans) er komt nog een wekker. En bij de tweede denk ik: ok, nog eentje te gaan. Punt is dat ik niet zo goed ben in rekenen en al helemaal niet om 6 uur in de ochtend, oftewel, die eerste wekker registreer ik soms niet, waardoor ik denk dat de derde de tweede is, en voila, half 9!

Maar het meest rampzalige vind ik nog dat mijn hersenen een manier hebben bedacht om me ’s ochtends te foppen. Ik zeg dan voor het slapen gaan tegen M: ‘Ik moet er morgenochtend écht uit om zes uur, kun je me helpen?’ Tegen beter weten in knikt M dan ja, want ze weet al wat er gaat gebeuren.

Ik zweer het op Star Trek
Trrrrring, de wekker gaat (nouja, eigenlijk klinkt dat meer zo van tudududududududum, maar dat zegt je niet zoveel). ‘Moppie, je moet eruit’. ‘Nee hoor’. ‘Ja maar je zei gisteren dat je er echt uit moest’. ‘Eh. Ja dat klopt, dat was voor een klus, maar ik heb berekend dat met dinsdag van de entertainment in groen vanzzzzzzz.’ ‘Moppie je praat weer onzin, hop eruit!’ ‘Nee, hoeft echt niet, ik heb het al geregeld!’. ‘Weet je het zeker?’ vraagt M nog een keertje. ‘Heel zeker, ik zweer het op Star Trek’ lieg ik dan. Om vervolgens om half 9 me totaal niets van het gesprek te herinneren en me af te vragen hoe ik in godsnaam weer door mijn wekker heen geslapen ben.

De oorzaak is overigens snel gevonden. Mijn hersenen kunnen heel goed onderscheiden wanneer ik om 6 uur mijn bed uit ‘moet’ en wanneer ik er om 6 uur uit ‘wil’ omdat de dag dan wat soepeler verloopt. Als ik er echt uit moet voor een afspraak of een klus, dan sta ik stipt om 1 over zes naast het bed, ready for duty. Maar is het puur een wil, dan zegt mijn brein: ‘dikke voor je, ik fix dit wel’.

Gelukkig hebben we sinds een jaar of twee iets in huis dat zeer effectief een einde heeft gemaakt aan de wekkerproblematiek: ‘Kinderen!’. Ze komen stipt om dezelfde tijd, hebben geen snooze knop en verhaaltjes om je eronderuit te kletsen hebben geen zin: ze willen eten, punt.

Het is de wekker die ik iedereen kan aanraden. Een tikje prijzig, maar dan heb je ook wat!

Beeld: ostill / 123RF Stockfoto