Werners grote wisseltruc

Het bankfiliaal heb ik in tijden niet meer van binnen gezien als ik binnen stap. Het is niet meer zoals vroeger. De balies waren eerst links, daarom kijk ik in die richting, maar in plaats van een vriendelijke bankmedewerker staat daar een gigantisch apparaat dat me nog het meest doet denken aan een robot uit een science fiction-serie uit de jaren zeventig. Even denk ik dat het gigantische apparaat de baliemedewerkers heeft vervangen, maar dan is daar toch de vriendelijke glimlach waarnaar ik op zoek ben, recht tegenover de ingang, klaar om mij van dienst te zijn.

Bankpas
‘Wat kan ik voor u betekenen,’ vraagt de jongeman. Ik schotel hem mijn bankpas voor en vertel dat de supermarkt me mijn boodschappen niet kon meegeven, omdat het verrotte ding het niet meer deed. ‘Dat kan kloppen,’ zegt de jongeman nadat hij mijn pas grondig heeft geïnspecteerd. ‘Deze pas verliep eind 2012.’ Nu vind ik het raar dat een pas kan verlopen. Het is een stuk plastic met een magneetstrip erop. Wat kan daar aan stuk? Moet zo’n ding dan verlopen? Kun je niet beter een nieuwe aanvragen als dat nodig is? Maar goed, ik voel me knap stom.

Administratief lui
De nieuwe pas zal thuis liggen, ergens middenin een kolossale stapel van ongeopende post die bestaat omdat ik administratief lui ben. Ik probeer aan het hoofd van de jongen te zien dat hij het knap stom vindt van mij, maar het lukt me niet iets van spot in zijn professionele glimlach te ontdekken. Hij vraagt me vriendelijk of dat alles was, maar dan vraag ik hem waar ik contanten kan storten. ‘U kunt dat apparaat daar gebruiken,’ zegt hij en hij wijst naar de plek waar vroeger de balies stonden. ‘Maar dan heeft u wel een werkende pinpas nodig.’ Even denk ik een lach te zien die iets meer in zich heeft dan vriendelijkheid alleen.

Harde klap
Snel verlaat ik het kantoor. Thuis heb ik de pinpas snel gevonden. Gewoon post vouwen. De envelop die zich niet laat vouwen bevat de pas. Gewapend met mijn nieuwe bankpas bezoek ik wederom de bank. Binnen loop ik meteen door naar het kolossale apparaat. Er zit een gleuf en daar begin ik briefgeld in te stoppen. Na zes briefjes van vijftig euro (ja mensen, ik ben rijk) houdt het apparaat het voor gezien. Ik druk op een knop en verwacht dat het ding om een pas gaat vragen, maar dat gebeurt niet. In plaats daarvan hoor ik een harde klap. En nog één. Geschrokken kijk ik omlaag, naar de plek waar het geluid vandaan komt. Ik buk en zie felgekleurde rolletjes in een opvangbak vallen. Het lijken rolletjes snoep, maar dat zijn het niet. Ik heb heel knap driehonderd euro in kleingeld omgewisseld.

Zakje
Als ik bij de balie verschijn met mijn munten en uitleg wat ik nu weer voor iets stoms heb gedaan, kijkt de baliemedewerker me vol verbazing aan. Hij kan helaas niets voor me betekenen. Het muntgeld kan niet bij hem worden gestort. Wel biedt hij me een tasje aan om de rolletjes in te dragen. Niet veel later verlaat ik de bank. Het moet een hilarische aanblik geven. Een man met zijn kleingeld in een zakje, afhangende schouders, niet alleen omdat de munten zo zwaar zijn. In de bank blijft het stil. De bankbediende geeft geen kik. Maar ik weet het heel zeker: hij glimlacht me uit.

CC Foto: Privébezit